Vind ons op Facebook   Twitter
Gynaecologie - Dossiers

De overgang

www.hormonologen.nl

De meeste westerse vrouwen krijgen hun laatste menstruatie tussen hun veertigste en zestigste jaar. De gemiddelde leeftijd is 51 jaar. De laatste menstruatie wordt ook wel menopauze genoemd. Voor en na de menopauze is er een periode van enkele jaren waarin de hormonen een nieuw evenwicht zoeken. Deze periode wordt de overgang, het climacterium, genoemd.
Bij een kwart van de vrouwen gaat de overgang gepaard met klachten die het dagelijkse leven kunnen verstoren, andere hebben helemaal geen klachten.. Lees verder in brochure Overgang NVOG

Lees ook: De onvermijdelijke overgang



Vervroegde overgang

Wanneer de menstruatie voor het veertigste jaar stopt terwijl deze altijd normaal geweest is, bent u te vroeg in de overgang gekomen. Dit verschijnsel wordt 'prematuur ovarieel falen' of POF genoemd. De vroege overgang ontstaat doordat de eierstokken niet meer werken. Er groeien geen eiblaasjes meer en er vindt geen eisprong meer plaats. De menstruatie blijft weg en de vruchtbare levensfase is tot een eind gekomen. Lees verder over POF..



Externe links:

Overgang


INHOUDSOPGAVE

Inleiding
Hormonale veranderingen
Het begin en de duur van de overgang
Menstruaties tijdens de overgang
Wat zijn 'typische' overgangsklachten
Gevolgen op korte termijn
Gevolgen op langere termijn
Wat zijn 'niet-typische' overgangsklachten?
Kan door middel van onderzoek worden vastgesteld of de overgang begonnen is?
Behandeling van overgangsklachten
Wel of geen hormonen?
Anticonceptie en het gebruik van de gewone pil
Wat kunt u zelf doen?
Preventie van botontkalking
Hebt u nog vragen?
Verklarende woordenlijst
Adressen; websites

INLEIDING

De meeste westerse vrouwen krijgen hun laatste menstruatie tussen hun veertigste en zestigste jaar; de gemiddelde leeftijd is 51 jaar. De laatste menstruatie wordt ook wel menopauze genoemd. Voor en na de menopauze is er een periode van enkele jaren waarin de hormonen een nieuw evenwicht zoeken. Deze periode wordt de overgang, het climacterium, genoemd; de duur ervan is voor iedere vrouw verschillend.
De overgangsjaren zijn ook de levensfase waarin andere belangrijke veranderingen plaatsvinden: de kinderen worden zelfstandig, ouders vragen meer zorg en aandacht, en ook in uw werk kan het nodig zijn dat u zich afvraagt hoe u verder wilt.
Het is een periode die gemengde gevoelens kan oproepen. Sommige vrouwen voelen het uitblijven van de menstruatie als een opluchting, andere kunnen verdrietig zijn omdat hun vruchtbaarheid nu definitief verloren is.
Bij een kwart van de vrouwen gaat de overgang gepaard met klachten die het dagelijks leven kunnen verstoren, andere hebben helemaal geen klachten. De overgang is echter een natuurlijke fase in het leven van iedere vrouw. Ook in deze periode kunt u volop in het leven staan en actief blijven. Welke hormonale veranderingen zijn er in de overgang, welke verschijnselen kunnen die geven en wat kan er aan gedaan worden? Dat wordt in deze brochure besproken.

naar inhoudsopgave

Hormonale veranderingen

In de puberteit beginnen de vrouwelijke geslachtshormonen te werken en vindt de eerste menstruatie plaats. Een menstruatie komt tot stand door een ingewikkeld samenspel tussen hersenen, eierstokken en baarmoeder. Er zijn vier hormonen die hier een belangrijke rol spelen.
Onder de hersenen bevindt zich het hersenaanhangsel, de hypofyse: dit is een kleine klier die het follikel-stimulerend hormoon (FSH) afgeeft. FSH zorgt ervoor dat elke maand een eicel tot rijping komt en dat de eierstokken het hormoon oestrogeen gaan aanmaken. Na tien tot veertien dagen is de eicel rijp. Een ander hormoon uit de hypofyse, het luteïniserend hormoon (LH), zorgt ervoor dat de eisprong (ovulatie) plaatsvindt. In het vruchtbare leven maken de eierstokken de hormonen oestrogeen en progesteron. Deze twee hormonen zorgen voor de rijping van eiblaasje, de eisprong en de opbouw van het baarmoederslijmvlies. Als dit goed gebeurt, kan een bevruchte eicel zich innestelen en ontstaat eventueel een zwangerschap.
Wanneer geen zwangerschap optreedt wordt veertien dagen na de eisprong het baarmoederslijmvlies afgestoten. Dit is de menstruatie.
Oestrogeen en progesteron hebben ook invloed op andere weefsels, zoals de schede (vagina), de borsten, de botten, de huid, de bloedvaten en de zenuwcellen. De eierstok maakt ook testosteron: dit hormoon is onder meer belangrijk voor het libido, de zin in vrijen.
Wanneer de voorraad eicellen in de eierstokken afneemt, wordt gaandeweg ook minder oestrogeen en progesteron aangemaakt. Dit is het begin van de overgang. De eerste uiting van de overgang is meestal een verandering van de menstruaties. Er kunnen typische overgangsklachten optreden, zoals opvliegers en transpiratie-aanvallen. Wanneer alles weer tot rust gekomen is, een periode wisselend bij elke vrouw, ontstaat er een nieuw hormonaal evenwicht: de postmenopauze.

naar inhoudsopgave

Het begin en de duur van de overgang

De duur van de overgang verschilt bij elke vrouw. De gemiddelde tijd tussen het onregelmatig worden van de menstruaties en de menopauze is vier jaar. Overgangsklachten kunnen vijf tot tien jaar of soms zelfs langer bestaan. Globaal is deze periode te verdelen in vijf jaar voor de laatste menstruatie tot twee à drie jaar erna. Er zijn ook vrouwen die maar korte tijd merken dat zij in de overgang zijn.

Vrouwen van wie de moeder vroeg in de overgang kwam hebben zelf een grotere kans vroeg in de overgang te komen. Het gebruik van de pil kan de overgangsklachten onderdrukken, maar heeft geen invloed op het tijdstip dat de overgang begint. Bij vrouwen die elke dag meer dan een pakje sigaretten roken blijkt de overgang gemiddeld twee jaar eerder te beginnen.
Als bij een operatie beide eierstokken zijn verwijderd, begint de postmenopauze direct, niet zelden met hevige klachten. Als alleen de baarmoeder is verwijderd kan de overgang soms wat vroeger beginnen, maar meestal heeft dit geen invloed.

naar inhoudsopgave

Menstruaties tijdens de overgang

De overgang begint vaak met een verandering in het menstruatiepatroon. De menstruaties komen korter na elkaar en worden vaak heviger; soms zijn er ook stolsels. Vervolgens wordt de pauze tussen de menstruaties steeds langer en uiteindelijk blijven ze helemaal weg. De menopauze heeft plaatsgevonden als er een jaar lang geen menstruaties meer zijn geweest. Dit tijdstip is dus alleen achteraf vast te stellen.
Als de menstruaties tijdens de overgang erg hevig zijn, kunt u laten onderzoeken of er geen andere oorzaak is (zie ook open klein venster Hevig bloedverlies bij de menstruatie en open klein venster Myomen).

naar inhoudsopgave

Wat zijn 'typische' overgangsklachten

Naast de veranderingen in het patroon van de menstruaties zijn er meer verschijnselen die samenhangen met de overgang. Typische overgangsverschijnselen zijn een gevolg van schommelingen in de hoeveelheid oestrogenen in het bloed.
  • Opvliegers
    Opvliegers zijn het meest op de voorgrond staande verschijnsel van de overgang. Ze bestaan uit plotselinge warmteaanvallen die gepaard kunnen gaan met een rood gezicht en een koortsig gevoel; dit kan samengaan met hevig transpireren. Opvliegers kunnen op elk willekeurig moment optreden, maar ook uitgelokt worden door bijvoorbeeld stress of alcohol. Sommige vrouwen hebben er slechts af en toe last van, andere
    Meestal duurt een opvlieger een paar seconden of minuten, maar de klachten kunnen ook een kwartier of halfuur aanwezig blijven. Vooral in gezelschap of wanneer u alle aandacht op zich gericht weet kan dit erg vervelend zijn.
  • Nachtelijk transpireren
    Opvliegers kunnen in de nacht optreden met flinke transpiratieaanvallen. In ernstige gevallen kunnen hierdoor slaapproblemen, moeheid en/of prikkelbaarheid ontstaan.

naar inhoudsopgave

Gevolgen op korte termijn

  • Droge huid en slijmvliezen
    De huid kan droger en minder elastisch worden; er kunnen rimpels ontstaan. Omdat er minder traanvocht en speeksel wordt aangemaakt, kunnen de ogen en de mond droger worden.
  • Klachten van de schede en seksuele veranderingen
    Door de afname van oestrogenen wordt de bekledende laag van de schede gaandeweg dunner en droger. Veel vrouwen hebben last van jeuk en een branderig gevoel in de schede en aan de schaamlippen of bij het plassen. De schede en de blaas worden gevoeliger voor infecties. Door deze veranderingen en door de daling van het testosteron in het bloed kan de behoefte aan seks afnemen en kan gemeenschap soms pijnlijk zijn. Natuurlijk kunnen hierbij meer factoren een rol spelen en hoeft het niet altijd alleen aan de overgang te liggen.
  • Klachten van de urinewegen
    Bij het ouder worden verslappen de bekkenbodemspieren en de steunweefsels; daardoor kan de blaas wat verzakken. Omdat de slijmvliezen van de urinewegen dunner worden, kunnen er eerder blaasontstekingen ontstaan. Samen kan dit tot gevolg hebben dat de plas niet meer zo lang kan worden opgehouden of dat bij hoesten, niezen of sporten urine wordt verloren.

naar inhoudsopgave

Gevolgen op langere termijn

  • Botontkalking (osteoporose)
    Tot het 35e jaar zijn de aanmaak en afbraak van de botten met elkaar in evenwicht. Daarna wordt langzamerhand meer bot afgebroken dan aangemaakt. Na de laatste menstruatie wordt er minder oestrogeen aangemaakt; daardoor ontstaat er gedurende enkele jaren een proces waarin de botten brozer worden: ze worden minder stevig, 'ontkalken'. De kans op botbreuken neemt dus toe. Dit risico is groter bij vrouwen die te vroeg in de overgang komen, een tengere bouw hebben, weinig beweging nemen, roken of drinken. Ook vrouwen die lang last hebben gehad van anorexia en vrouwen bij wie osteoporose in de familie voorkomt, lopen een grotere kans op osteoporose.
  • Hart- en vaatziekten
    Oestrogenen hebben een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. In de vruchtbare leeftijd hebben vrouwen minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen, maar na de overgang is dit risico gelijk. Het is nog niet duidelijk welke rol oestrogenen hierbij spelen. De kans op hart- en vaatziekten lijkt meer samen te hangen met algemene risicofactoren zoals hoge bloeddruk, roken, te hoog cholesterolgehalte, overgewicht en weinig lichaamsbeweging.

naar inhoudsopgave

Wat zijn 'niet typische' overgangsklachten

Klachten die vaak tijdens de overgang voorkomen maar niet duidelijk samenhangen met de veranderingen van de hormonen, worden 'niet-typische overgangsklachten' genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld hartkloppingen, toename van gewicht, obstipatie, gewrichtsklachten, hoofdpijn, slapeloosheid en stemmingswisselingen. Als opvliegers ontbreken worden de slapeloosheid en stemmingswisselingen mogelijk veroorzaakt door het feit dat veel vrouwen de overgang beleven als een ingrijpende periode. Niet alleen de lichamelijke veranderingen maar ook het afscheid van een vruchtbaar leven zijn soms moeilijk te aanvaarden. In de gezinssituatie treden bovendien vaak veranderingen op die u uit uw evenwicht kunnen brengen.
Als u slecht slaapt ten gevolge van opvliegers kan het gevolg zijn dat u eventuele problemen minder goed aankunt. Dit kan leiden tot psychische klachten zoals neerslachtigheid, prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, angst, concentratie- en geheugenverlies.

naar inhoudsopgave

Kan door middel van onderzoek worden vastgesteld of de overgang begonnen is

Door bloedonderzoek op de derde dag van de menstruatie kan worden nagegaan of het FSH verhoogd en het oestrogeen verlaagd is. Dit onderzoek geeft niet aan hoe lang het nog zal duren tot de menstruaties stoppen, en het heeft daarom niet veel zin. Met name uw klachten zijn de belangrijkste aanwijzingen. Alleen als de overgang voor uw 45e jaar lijkt te beginnen, hebben deze bepalingen nut
(zie ook POF: prematuur ovarieel falen).

naar inhoudsopgave

Behandeling van overgangsklachten

Onregelmatige menstruaties, opvliegers en transpiratie-aanvallen zijn verschijnselen die van nature bij de overgang horen en vanzelf overgaan. Wanneer u ze echter erg vervelend vindt, kan er een reden zijn om medicijnen te gaan gebruiken. Het tekort aan oestrogenen wordt dan aangevuld door tabletten, pleisters, neusspray, implantatietabletten onder de huid, gel, vaginale zetpillen, tabletten, crème of ring. Bestaan er alleen opvliegers, dan kunnen deze soms worden verholpen met tabletten zonder hormonen (clonidine).
Oestrogenen moeten gecombineerd worden met progesteron of progestageen (een stof die verwant is aan progesteron). Als het baarmoederslijmvlies alleen door oestrogenen zou worden gestimuleerd, bestaat er namelijk een licht verhoogd risico op baarmoederslijmvlieskanker en een grote kans op onregelmatig bloedverlies (doorbraakbloedingen). Progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten (onttrekkingsbloeding). Als de baarmoeder is verwijderd, is progesteron niet nodig.
Als u al langer dan een jaar niet meer hebt gemenstrueerd, kan een continu schema van oestrogenen en progesteron geprobeerd worden, zodat u helemaal geen bloedingen meer hoeft te hebben. Vaginale klachten, zoals droogheid, afscheiding of pijn bij het vrijen, of urinewegklachten ten gevolge van frequente blaasontstekingen kunnen meestal behandeld worden met vaginale zetpillen, crème, tabletten of een ring. Deze behandeling kan jaren nodig zijn.

Opvliegers verbeteren meestal binnen enkele dagen na het begin van de behandeling; klachten van de urinewegen en de schede verbeteren meestal binnen een paar weken. Sommige vrouwen merken echter pas na een paar maanden dat de klachten helemaal weg zijn. Vrouwen die medicijnen tegen opvliegers krijgen, kunnen na een jaar eens een maand stoppen om te kijken of behandeling nog wel nodig is.
Bij niet-typische klachten (hartkloppingen, dikker worden, obstipatie, gewrichtsklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, stemmingswisselingen) kan een proefbehandeling van drie maanden overwogen worden. Een behandeling van meer dan drie maanden heeft alleen dan zin als er ook werkelijk effect is.
Behandeling met hormonen wordt hormoonsuppletie-therapie (HST) genoemd; in het Engels hormone replacement therapy (HRT).

naar inhoudsopgave

Wel of geen hormonen

De overgang is een natuurlijk proces waarbij de klachten uiteindelijk ook zonder medicijnen zullen verdwijnen. Praten met vrouwen in dezelfde situatie geeft vaak herkenning waardoor u sommige klachten beter zult kunnen begrijpen. Het Informatie Centrum Gynaecologie is hier een voorbeeld van. Homeopathische middelen tegen overgangsklachten of middelen op plantaardige basis (soja, rode klaver) geven soms voldoende verbetering van uw klachten. Over de werkzaamheid hiervan wordt verschillend gedacht en er is nog maar weinig onderzoek naar gedaan.
Of u hormonen wenst te gebruiken of niet, is een afweging die u uiteindelijk zelf moet maken. Het belangrijkste argument hierbij is de hoeveelheid hinder die u ondervindt. Ook belangrijk is of er eventueel bezwaren zijn om hormonen te gaan gebruiken. Bespreek bij overgangsklachten met uw arts de voor- en nadelen van hormoonbehandeling in uw specifieke situatie. Zolang oestrogenen worden gecombineerd met progesteron bestaat er geen verhoogd risico op baarmoederslijmvlieskanker. Als u kortdurend hormonen gebruikt wordt het risico op borstkanker niet verhoogd. Bij langdurig gebruik is dit nog niet met zekerheid te zeggen.
Voor het starten van de hormoonbehandeling wordt soms een röntgenfoto van de borsten gemaakt. Als langer dan vijf jaar hormonen worden gebruikt, kan dit onderzoek elke twee jaar opnieuw worden gedaan. Overigens wordt borstonderzoek bij alle vrouwen tussen de vijftig en zeventig jaar via het bevolkingsonderzoek verricht.
De bijwerkingen van oestrogenen kunnen heel verschillend zijn. Sommige vrouwen hebben last van vocht vasthouden en gespannen of pijnlijke borsten; deze verschijnselen zijn meestal afhankelijk van de dosis. Treedt na de menopauze onregelmatig bloedverlies op, dan moet u dat altijd met uw arts bespreken.

naar inhoudsopgave

Anticonceptie en het gebruik van de gewone pil

Zolang u de pil gebruikt blijven de bloedingen bestaan. Als na het stoppen met de pil de bloedingen wegblijven, zou u in de overgang kunnen zijn. Zolang dat onzeker is, is het verstandig voorbehoedsmiddelen te gebruiken tot de menstruatie langer dan een jaar is weggebleven. De kans op een zwangerschap bij een vrouw van vijftig is klein, maar niet uitgesloten.
Medicijnen die speciaal voor de overgang zijn gemaakt, bevatten een kleinere hoeveelheid hormonen dan de gewone pil en verdienen daarom bij klachten doorgaans de voorkeur. Het zijn echter geen voorbehoedsmiddelen.

naar inhoudsopgave

Wat kunt u zelf doen

  • Eet gezond en probeer op uw gewicht te letten. Na de overgang komt u gemakkelijker aan.
  • Zorg voor voldoende kalk om de kans op osteoporose te verkleinen; drink dus melk, eet kaas, yoghurt en koolsoorten. Vier porties melkproducten per dag geven de noodzakelijke hoeveelheid kalk. Eén portie is bijvoorbeeld een beker melk, een bakje yoghurt of een plak kaas. Ook vitamine D is belangrijk. Dit wordt door uw huid gemaakt onder invloed van zonlicht en zit ook in margarine, boter, vis en eieren.
  • Probeer regelmatig lichaamsbeweging te nemen waarbij de botten belast worden. Elke dag een halfuur lopen bijvoorbeeld versterkt de botten. Andere vormen van lichaamsbeweging zijn belangrijk tegen stijfheid van gewrichten en spierpijn.
  • Houd er rekening mee dat alcohol, koffie, thee en gekruid eten opvliegers kunnen uitlokken.
  • Neem niet te veel hooi op uw vork. Neem de tijd en de rust om aan alle veranderingen te wennen.
  • Probeer voldoende slaap te krijgen omdat u de veranderingen beter kunt opvangen als u uitgerust bent.
  • Praat over eventuele problemen met uw partner, een vriendin, uw huisarts of een overgangsconsulente (ICG).
  • Bij problemen met plassen kunt u uw bekkenbodemspieren oefenen, eventueel met behulp van een bekkenbodemfysiotherapeut.
  • Probeer te stoppen met roken. Het is slecht voor hart en bloedvaten; de kans op hart- en vaatziekten wordt na de overgang groter.
  • Als u last hebt van opvliegers kunt u meerdere laagjes kleding dragen zodat u af en toe iets kunt uittrekken.

naar inhoudsopgave

Preventie van botontkalking

Zie de Osteoporose Stichting; www.osteoporosestichting.nl.

Hebt u nog vragen

Aarzel niet om ze aan de huisarts of de gynaecoloog voor te leggen. Deze zijn altijd bereid meer informatie te geven.

naar inhoudsopgave

Verklarende woordenlijst

FSH : follikel stimulerend hormoon, hormoon, geproduceerd door de hypofyse, dat zorgt voor de rijping van een eicel
LH : lute|niserend hormoon, hormoon, geproduceerd door de hypofyse, dat zorgt dat de rijpe eicel springt
menopauze : de laatste bloeding, de laatste menstruatie
oestrogeen : hormoon, geproduceerd door de eierstok, dat onder andere het baarmoederslijmvlies stimuleert en zorgt voor de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtsorganen
overgang (climacterium) : de periode waarin zich het nieuwe evenwicht instelt in de hormoonhuishouding rond de menopauze
postmenopauze : de tijd na de menopauze
premenopauze : de periode vóór de menopauze
progestageen : synthetische steroïdhormonen met een progesteronwerking
progesteron : hormoon, geproduceerd door de eierstok, dat na de eisprong samen met oestrogeen onder andere zorgt voor de opbouw van het baarmoederslijmvlies
testosteron : hormoon dat ook in kleine hoeveelheden in de eierstok wordt geproduceerd, en onder andere invloed heeft op de zin tot vrijen

naar inhoudsopgave

Adressen; websites

Patientenvereniging Gynaecologie Nederland: www.pgn-gynaecologie.nl
Osteoporose Stichting: www.osteoporosestichting.nl
Dutch Menopause Society: www.overgang.net, werkgroep menopauze van de NVOG


© NVOG rubriek voorlichting
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie


|top|

De onvermijdelijke overgang

© 2001 Federatie Vrouwenzelfhulp
De PGN maakte deel uit van deze federatie die inmiddels is opgeheven.


INHOUDSOPGAVE

Van eerste menstruatie tot menopauze
De drie fasen van de overgang
Te vroeg in de overgang
Vrouwen zonder baarmoeder en/of eierstokken

Overgangsverschijnselen

Opvliegers
Irritatie van de slijmvliezen
Andere overgangsverschijnselen

Vitaal door de overgang

Voeding
Botontkalking en ...
Beweging
Ontspanning
Hygiëne en huidverzorging
Tips

Hormonen

Hormonen
De eeuwige jeugd heeft zijn prijs
Meningen van artsen en onderzoekers
Amerikaanse inzichten
Natuurlijk progesteron
Het bos en de bomen
Tot slot: wat kunt u zelf doen


DE ONVERMIJDELIJKE OVERGANG

Iedere vrouw krijgt ermee te maken: de overgang ofwel menopauze. Het is een natuurlijk proces, waarin er een eind komt aan de vruchtbaarheid. Bij alle vrouwen tussen de 40 en 60 jaar verandert de hormoonhuishouding. Daardoor krijgen ze in deze periode te kampen met overgangsverschijnselen. Natuurlijk ervaart elke vrouw de overgang op haar eigen manier. De een zal er meer en langer last van hebben dan de ander. Er zijn vrouwen die deze fase in hun leven vrijwel probleemloos doorkomen, maar de meeste vrouwen krijgen overgangsklachten.
De Federatie Vrouwenzelfhulp wil er met deze brochure toe bijdragen dat vrouwen de overgangsjaren zo goed en vitaal mogelijk doorkomen. Zij wenst u, lezeres, dan ook een goede overgang toe.


naar inhoudsopgave

Van eerste menstruatie tot menopauze

In de puberteit worden de vrouwelijke geslachtsorganen actief. In deze periode vindt de eerste menstruatie plaats. Het optreden van de menstruatie berust op een ingewikkeld samenspel tussen hersenen, eierstokken en baarmoeder. De hypofyse, een kleine klier onderaan de hersenen, speelt hierbij een belangrijke rol. Deze klier produceert het FSH (Follikel Stimulerend Hormoon). Daardoor begint na de menstruatie een aantal eitjes in de eierstokken te rijpen. Deze eicellen produceren het hormoon oestrogeen. Na 10 tot 14 dagen is er een eicel rijp. Dan volgt onder invloed van het LH (Luteiniserend Hormoon) de eisprong (ovulatie). Hierna gaan de eierstokken het hormoon progesteron produceren. Dit progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende voedingsstoffen bevat voor de groei van een eventueel bevrucht eitje, dat zich in het slijmvlies gaat nestelen. Vindt er geen bevruchting plaats, dan wordt 14 dagen na de eisprong het buitenste laagje van het baarmoederslijmvlies afgestoten. Dit afstotingsproces noemen we de menstruatie.
Tegen de tijd dat vrouwen in de overgang komen, zijn er van de paar miljoen eicellen van het ongeboren meisje en van de circa 400.000 eicellen in de vruchtbare periode nog maar een paar honderd in de eierstokken over. Door het verouderingsproces wordt het steeds moeilijker om de eicellen te stimuleren. Er is steeds meer FSH nodig om de eicellen te laten rijpen; de productie van FSH neemt dan ook toe. Wanneer dat precies gebeurt, verschilt per vrouw, maar het ligt ergens tussen het veertigste en vijftigste jaar. Op een gegeven moment zijn de follikels niet langer te stimuleren en komen er geen rijpe eicellen meer vrij. Daardoor wordt er minder oestrogeen geproduceerd. Zodra de oestrogeenproductie vermindert, krijgt de baarmoeder geen signaal meer dat het baarmoederslijmvlies moet worden opgebouwd en daardoor blijft de menstruatie uit. Behalve het reguleren van de menstruatiecyclus heeft oestrogeen ook een levenslange invloed op diverse weefsels en organen van het lichaam.
Door de verminderde productie van vrouwelijke geslachtshormonen begint de overgang.


naar inhoudsopgave

De drie fasen van de overgang

De overgang voltrekt zich in drie fasen. Het signaal dat erop duidt dat de eerste fase van de overgang is begonnen, is een verandering in het menstruatiepatroon: de premenopauze. De menstruatie kan heviger zijn, langer duren en gepaard gaan met meer dan normaal bloedverlies. De tijd tussen de menstruaties kan korter of juist langer zijn dan gewoonlijk. Maar de menstruatie kan ook regelmatig blijven tot het moment dat ze helemaal wegblijft en de menopauze is begonnen. Als de menstruaties een jaar lang zijn weggebleven, spreken we van de periode na de overgang ofwel de postmenopauze. De periode tussen de eerste onregelmatigheid in de menstruatie tot het verdwijnen van de overgangsverschijnselen, kan variëren van een paar jaar tot vele jaren.


naar inhoudsopgave

Te vroeg in de overgang

Sommige vrouwen komen op natuurlijke wijze te vroeg in de overgang: een op de honderd vrouwen komt voor haar 40e in de overgang en een op de duizend vrouwen zelfs voor haar 30e levensjaar. Voor hen staat het verlies van vruchtbaarheid meestal voorop, maar ook het effect van de te vroege stop van de oestrogeenproductie behoeft aandacht. Vrouwen die te vroeg in de overgang komen, hebben meer kans op hart- en vaatziekten en osteoporose (botontkalking) dan vrouwen die op een normale leeftijd ophouden met menstrueren. Voor hen is een hormoontherapie het overwegen waard.


naar inhoudsopgave

Vrouwen zonder baarmoeder en/of eierstokken

Vrouwen bij wie op jongere leeftijd de baarmoeder is verwijderd, menstrueren niet meer, maar ze komen ook niet in de overgang. De eierstokken produceren immers nog steeds hormonen. Als bij een operatie de eierstokken zijn verwijderd, stopt de productie van oestrogeen bij deze vrouwen van de ene op de andere dag. Hierdoor kunnen zij meer overgangsklachten krijgen dan andere vrouwen.


OVERGANGSVERSCHIJNSELEN


naar inhoudsopgave

Opvliegers

Dit is de meest voorkomende overgangsklacht. Te pas en te onpas ontstaat er van het ene op het andere moment een warmtegolf die vanuit de borst, rug en armen naar het hoofd stijgt, vaak gepaard gaand met een rood gezicht en hevige transpiratie. Ongeacht de temperatuur komen opvliegers zowel overdag als 's nachts, binnenshuis en buitenshuis voor. Er zijn vrouwen die zo nu en dan een opvlieger hebben; anderen worden er vele malen per dag door overvallen. Ook ‘s avonds en ’s nachts kunnen deze opvliegers zich voordoen, waardoor de nachtrust danig verstoord raakt, met vermoeidheid en prikkelbaarheid overdag tot gevolg.


naar inhoudsopgave

Irritaties door de slijmvliezen

Door de afname van oestrogeen worden de slijmvliezen droger en dunner. Behalve de slijmvliezen van ogen, neus en mond zijn het vooral de slijmvliezen van de vagina en urinewegen die klachten kunnen geven. Zo wordt de vagina gevoeliger voor irritaties. Jeuk en een branderig gevoel bij het plassen kunnen het gevolg zijn van zo'n irritatie. Door het dunner worden van de slijmvliezen en verzwakking (atrofie) van de blaas en de bekkenbodemspieren kan incontinentie optreden. Er zijn twee soorten incontinentie: de stress-incontinentie, plotseling urineverlies bij hoesten, lachen of niezen, en de 'urge-incontinentie', een voortdurende aandrang om een klein beetje te plassen.
Bij incontinentieproblemen is het raadzaam dagelijks 6 keer 6 tellen lang de bekkenbodemspieren sterk aan te spannen (nooit tijdens het plassen!).


naar inhoudsopgave

Andere overgangsverschijnselen

Opvliegers en irritaties door drogere en dunnere slijmvliezen zijn de meest bekende overgangsklachten. Maar ook andere verschijnselen komen voor, zoals:

- botontkalking (osteoporose)
- hoofdpijn
- spier- en gewrichtspijn
- vermoeidheid
- slapeloosheid
- hartkloppingen
- nervositeit
- droge huid
- minder zin in seks
- tintelingen in de vingers
- gewichtstoename
- trage stoelgang (obstipatie)
- depressiviteit
- fobieën

Sommige van deze klachten kunnen te maken hebben met het verstoorde hormonale evenwicht, maar mogelijk spelen ook andere factoren een rol, zoals het hebben van (g)een baan, relatieproblemen en de beeldvorming rondom ouder worden.
Psychische klachten als neerslachtigheid en prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, angsten, concentratie- en geheugenverlies kunnen weer ontstaan als reactie op lichamelijke klachten.


VITAAL DOOR DE OVERGANG

Hoe lang duurt de overgang? Een veel gestelde vraag, waar helaas geen eenvoudig antwoord op te geven is. Niemand kan voorspellen hoe lang de overgangsperiode zal duren, noch hoe die zal verlopen. Iedere vrouw zal dit proces op haar eigen wijze ervaren. De enige zekerheid is dat alle vrouwen met de overgang te maken krijgen. Er zijn vrouwen die er nauwelijks hinder van ondervinden, maar de meerderheid zal toch, in meerdere of mindere mate, last krijgen van de typische overgangsverschijnselen. Zeker bij ernstige klachten is het raadzaam informatie in te winnen of hulp te zoeken.
Om vitaal de overgang door te komen, zijn gezonde leefgewoonten - goede voeding, voldoende beweging en ontspanning - van groot belang.


naar inhoudsopgave

Voeding

Gezonde voeding is natuurlijk gedurende het hele leven belangrijk. Maar tijdens het veranderingsproces dat zich in de overgang voordoet, kan het lichaam wel wat extra aandacht gebruiken met betrekking tot voeding. We geven enkele adviezen uit de vele algemene tips over gezonde eet- en drinkgewoonten.


Eten

Eet driemaal daags gevarieerd en volwaardig voedsel, liefst volkorenproducten, minimaal 4 eetlepels groente en 2 stuks fruit per dag, eventueel aangevuld met magere zuivelproducten, mager vlees en vis. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen die gezond eten, niet roken en veel bewegen zo'n 30% minder risico lopen om te overlijden aan kanker, hart- en vaatziekten of een beroerte.
Bij een gezond eet- en leefpatroon zijn er in principe geen extra vitaminen of mineralen nodig. Wel zijn de volgende producten aan te bevelen.

  • Lijnzaadolie: deze olie bevat onder meer stoffen die een gunstige invloed hebben op hart en bloedvaten en op de hormoonhuishouding. Gebruik dagelijks een eetlepel.
  • Olijfolie (extra vierge): deze oliesoort kan zowel warm als koud worden gebruikt.
  • Vette vis, noten, zaden: de oliën in deze producten worden omgezet in zogenoemde prostaglandines. Deze stoffen bevorderen een goede hormoonregulatie.
  • Sojaproducten: de isoflavonen uit eiwit/vezelfractie zijn eveneens goed voor de hormoonregulatie.
  • Sojabonen, eieren, lever, tarwekiemen: deze zijn een rijke voedingsbron van lecithine, een stof die veel choline bevat. Deze choline is belangrijk voor het geheugen en het leren.

Voor meer persoonlijke adviezen over voeding is een bezoek aan een orthomoleculair diëtist aan te raden.


Drinken

Drink dagelijks een à twee liter water, bij voorkeur bron-, mineraal- of gefilterd water. Als iemand niet genoeg water drinkt, kunnen de afvalstoffen in het lichaam moeilijker worden afgevoerd. Daardoor kunnen vormen van uitdroging ontstaan, met klachten als hoofdpijn, pijnlijke ogen of een suf gevoel. In het boek 'Vitaliteit' van Bakker en Martina staat een overzicht van dranken, gerangschikt naar de mate van schadelijkheid. De lijst ziet er als volgt uit (1 is onschadelijk, 21 is het meest schadelijk):

1 vers bronwater, mineraalwater, gefilterd water
2 vers geperste groentesappen
3 vers geperste vruchtensappen
4 kruidenthee
5 reform-groentesappen
6 reform-vruchtensappen
7 granenkoffie
8 kraanwater
9 vruchtensappen uit pak (zonder suiker of conserveermiddelen)
10 vruchtensappen uit blik (zonder suiker of conserveermiddelen)
11 sojamelk
12 gewone thee of ijsthee
13 bouillon
14 cafeïnevrije koffie
15 karnemelk, yoghurt
16 koffie
17 bier, wijn
18 limonade
19 cola
20 sterke drank als whiskey, rum
21 melk

naar inhoudsopgave

Botontkalking en ....

.....Voeding

Tot het 30e jaar maakt het lichaam meer bot aan dan het afbreekt; daarna wordt de botafbraak groter dan de botaanmaak. De belangrijkste bouwstenen van botweefsel zijn calcium, fosfor en magnesium. Deze drie stoffen dienen in een juiste verhouding aanwezig te zijn. Met name een teveel aan fosfor (vlees en frisdrank) en een tekort aan magnesium (donkergroene groenten als andijvie en boerenkool, noten, zaden, volkorenproducten) kunnen de balans in de botopbouw verstoren. Ook speelt het oestrogeen bij vrouwen een rol bij de botopbouw en -afbraak.
Naast de voeding is voor een goede botaanmaak vitamine D onmisbaar. Onder invloed van zonlicht maakt de huid, onder meer via de handen en het gezicht, zelf vitamine D aan.
Calcium (kalk) speelt een hoofdrol bij de botaanmaak. Calcium zit in:
- groenten: vooral in boerenkool, broccoli, Chinese kool, raapstelen, sterkers
- noten: vooral amandelen, hazelnoten, paranoten, walnoten
- zaden: vooral sesamzaad (30%)
- fruit: vooral sinaasappel
- gedroogde vruchten: vooral vijgen, peren, abrikozen
- melkproducten
Overigens is melk niet de enige en grootste calciumbron. Melk bevat een soort calcium dat slecht oplost. Bovendien is halfvolle melk niet voor iedereen een geschikt product, omdat het zo'n 30% melkeiwitten bevat, die diverse maag- en darmproblemen kunnen veroorzaken. Zure melkproducten, zoals karnemelk, kwark en yoghurt, worden door het maag/darmstelsel wél goed verteerd, waardoor het calcium beter wordt opgenomen. Wie geen melkproducten wil of kan drinken, voorziet door het gebruik van bovenstaande producten ruimschoots in de calciumbehoefte van het lichaam.
Botontkalking is niet altijd te beperken door een goede voeding. Ook andere factoren kunnen een rol spelen:


.....Erfelijkheid

Botontkalking (osteoporose) is vaak erfelijk bepaald. Een erfelijke factor is niet te veranderen. Komt er in de familie botontkalking voor, dan is er sprake van een verhoogd risico. Het is dan raadzaam om extra (voorzorgs)maatregelen te nemen. Doe dit altijd in samenspraak met een deskundige. Het is ook mogelijk een meting van uw botmassa te laten uitvoeren.


.....Bewegen en belasten

Het belasten van botten en spieren zorgt voor een betere botopbouw. Vrouwen met een wat hoger lichaamsgewicht hebben iets minder kans op osteoporose, doordat vooral in het vetweefsel oestrogeen wordt aangemaakt en doordat het zwaardere lichaam de botten meer belast. Regelmatig en doelmatig bewegen, vooral wandelen, is ook een vorm van belasting van de botten en dus belangrijk voor de botopbouw.


.....Hormonale invloed

Bij vrouwen in de overgang wordt minder oestrogeen en helemaal geen progesteron meer aangemaakt. Vanaf de tijd vlak voor de eerste overgangssignalen tot een paar jaar daarna ontstaat er door het afnemen van de hoeveelheid hormonen ongeveer 15% botverlies. Die botafbraak blijft daarna ook doorgaan, maar in mindere mate. Op zestigjarige leeftijd kunnen de eerste (wervel)klachten ontstaan, maar de meeste breuken bij vrouwen die aan osteoporose lijden, treden pas op rond het tachtigste jaar. Als een botscan in het 45e jaar uitwijst dat de botafbraak te groot is, zijn aanvullende maatregelen in de vorm van hormonen nodig. Plantaardige hormonen als fyto-oestrogenen zijn bij de reformwinkel of drogist te koop. De overige hormoonpreparaten kunnen alleen op recept van een huisarts of gynaecoloog verkregen worden. Gebruik de middelen altijd in goede en voortdurende samenspraak met een deskundige.

naar inhoudsopgave

Beweging

Actief bewegen bevordert de bloedsomloop en de stofwisseling: het houdt gewrichten en spieren soepel en kan zo eventuele gewrichtspijn enigszins ondervangen. Actief bewegen bevordert de algehele lichamelijke conditie, waardoor men zich ook geestelijk vitaler voelt.
Er zijn belaste en onbelaste vormen van actief bewegen.
Bij belast bewegen wordt de aanmaak van botcellen gestimuleerd. Voorbeelden van belast bewegen: wandelen, gymnastiek, fitness, dansen, hardlopen, skaten, tennissen, traplopen.
Bij onbelast bewegen wordt de aanmaak van botcellen niet gestimuleerd. Wel zorgt het voor soepele spieren en het vergroot de capaciteit van hart en longen. Voorbeelden van onbelast bewegen zijn fietsen en zwemmen.
Beweeg bij voorkeur dagelijks, maar minstens vijf dagen per week ten minste een halfuur per dag matig actief (bijvoorbeeld wandelen of fietsen).
Daarnaast is eenmaal per week intensievere sportbeoefening van minimaal een uur aan te bevelen, bij voorkeur in de buitenlucht.


naar inhoudsopgave

Ontspanning

Het lichaam heeft minimaal een aantal uren per etmaal ontspanning nodig. De meest natuurlijke, passieve vorm van ontspanning is slapen. Maar ook overdag is het belangrijk om af en toe even rust te nemen. Door rust en ontspanning verwijden zich de bloedvaten, waardoor de lichaamscellen meer voedings- en antistoffen toegevoerd krijgen en ook de hormoonproductie in balans blijft. Ook de hersenen werken beter. Hoe meer denkwerk er verricht wordt, des te belangrijker zijn de ontspanningsmomenten. Bij veel geestelijke arbeid kunnen het beste ontspanningsmethoden gebruikt worden die vooral op het lichaam zijn gericht.
Er zijn vele ontspanningstechnieken, zoals ademhalings- en ontspanningsoefeningen, yoga, meditatie en muziek. Daarnaast zijn er nog talloze andere mogelijkheden om te ontspannen, bijvoorbeeld lezen, naar muziek luisteren, tuinieren, schilderen of wandelen.
Zorg voor een goede nachtrust (liefst zonder slaapmiddelen) en neem voldoende lichaamsbeweging. Voor sommigen kan het ontspannend zijn om af en toe niet bereikbaar te zijn, bijvoorbeeld door even de telefoon uit te zetten.


naar inhoudsopgave

Hygiëne en huidverzorging

Door veroudering neemt de algehele weerstand en conditie heel geleidelijk af. Zo wordt bijvoorbeeld de huid vanaf de overgang dunner en droger. Vooral het gebied in en rond de vagina en schaamlippen kan hiervan hinder ondervinden. Irritatie, jeuk, kleine wondjes en een infectie kunnen het gevolg zijn. Deze huid-/slijmvliesproblemen zijn niet bij iedereen te voorkomen, maar er kunnen wel algemene voorzorgsmaatregelen genomen worden, bijvoorbeeld door de huid goed schoon te houden.
Wees bij het wassen royaal met water, maar zuinig met zeep, lotions en shampoos. Voor de algehele verzorging van de huid, ons grootste orgaan, hoeft (behalve voor de handen) in principe geen zeep gebruikt te worden. Bijna alle reclame voor toiletzepen belooft een gave huid. Het tegendeel is echter het geval: juist deze zepen ontlenen hun aantrekkelijkheid aan het parfum dat erin verwerkt is. Geparfumeerde zeep bevat veel alcohol. Een eigenschap van alcohol is dat het de huid uitdroogt, wat de kans op minuscule wondjes rond de vagina vergroot. Gebruik dus helemaal geen zeep (ook geen ongeparfumeerde en zeker geen desinfecterende zeep) rond de vagina. Ook bij het wassen van het gezicht kan het gebruik van zeep gerust achterwege blijven. Sommige wasmiddelen en zeker wasverzachters kunnen via het ondergoed huidirritaties veroorzaken.


naar inhoudsopgave

Tips

Draag geen te strak zittende broeken en geen knellende of schurende kledingstukken zoals een bh met beugels, vanwege verminderde bloed- en lymfedoorstroming en kans op irritatie en beschadiging van de huid.
Zorg voor goede schoenen; probeer drukplekken en likdoorns te voorkomen. Draag geen synthetisch, maar katoenen ondergoed. Dat neemt gemakkelijker vocht op en laat toch lucht door.
Bij last of pijn bij de geslachtsgemeenschap kan een glijmiddel voorkomen - of de kans verkleinen - dat er wondjes ontstaan in de schaamstreek.


naar inhoudsopgave

HORMONEN

Hormoonsuppletie maakt deel uit van een heel assortiment aan middelen die vrouwen kunnen gebruiken om overgangsklachten te bestrijden. Deze hormonen worden in de fabriek gemaakt van soja (zoals fyto-oestrogenen of het oestradiol in bijvoorbeeld Femoston) of van de urine van drachtige merries (bijvoorbeeld Premarin).
Er is veel verwarring over de effecten en de mogelijke bijwerkingen van hormonen. Dat de meningen nogal uiteenlopen, komt niet alleen doordat diverse organisaties met verschillende onderzoeksresultaten schermen, maar ook doordat er nog onvoldoende onderzoek is verricht naar de effecten van langdurig hormoongebruik.
Een aantal ontwikkelingen speelt hierbij een rol. Ten eerste komt binnenkort een enorm grote groep vrouwen in de overgang: de vrouwen die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren. Zij vormen voor allerlei hulpverleners en voor de farmaceutische industrie een aantrekkelijke markt. Een andere ontwikkeling is dat men in onze samenleving bij lichamelijke en psychische ongemakken steeds vaker naar een geneesmiddel grijpt. Zowel de farmaceutische industrie als de alternatieve gezondheidszorg speelt hierop in. Het gaat daarbij niet alleen om het genezen van klachten, maar vaak ook om het voorkomen ervan. Zo wordt bijvoorbeeld gepropageerd om langdurig hormonen te slikken om botontkalking te voorkomen.
Een derde ontwikkeling is dat er steeds meer gevraagd wordt van mensen, zowel op het werk als in het gezin. Dat kan mensen behoorlijk onder druk zetten. Een medicijn is dan een handig middel om een - schijnbare - balans te bereiken.
Verder is de beeldvorming van de oudere vrouw niet altijd even positief. Jong, sexy en speciaal wint het nog steeds van oud, wijs en gewoon. De enorme verkoop van pillen, smeersels, dieetvoeding en fitnessapparatuur aan vooral vrouwen wijst erop dat veel vrouwen nog steeds gevoelig zijn voor deze beeldvorming.
De consument wordt steeds mondiger. Men wil goed geïnformeerd worden over wat men koopt en slikt. Helaas is die informatie meer dan eens gekleurd door economische belangen. Vaak is de informatie zelfs tegenstrijdig. Met de informatie over hormoongebruik in de overgang is dat zeker het geval. De ontwikkelingen op dit gebied voltrekken zich in een hoog tempo. Het is belangrijk dat vrouwen zo goed mogelijk op de hoogte gebracht worden van de diverse ontwikkelingen, zodat ze hun eigen (voorlopige) oordeel kunnen vellen.


naar inhoudsopgave

De eeuwige jeugd heeft zijn prijs

Onder deze titel werd in het tijdschrift Medisch Contact een interview gepubliceerd met de Amerikaanse epidemioloog prof. Elizabeth Barrett-Connor. Zij is gespecialiseerd in de relatie tussen hormonen en ouderdomsziekten bij vrouwen. In de Verenigde Staten is de hormonale suppletietherapie bij vrouwen in de menopauze een doorslaand succes. Ook in Nederland worden oestrogenen en progesteron steeds vaker voorgeschreven. Toch staat het klinisch onderzoek naar de effecten van hormoongebruik op langere termijn nog in de kinderschoenen. Voorzichtigheid is dus geboden, vindt Barrett-Connor.
In de VS, vaak ons voorland als het gaat om trends, wordt hormoonsuppletie aangeprezen als iets waardoor je je beter voelt en meer levenskracht krijgt: de remedie tegen allerlei overgangsklachten zoals osteoporose, en misschien zelfs wel tegen de ziekte van Alzheimer. Barrett-Connor is een van de eerste onderzoekers die de mythe ontkrachtte dat hormoongebruik het risico op hart- en vaatziekten vermindert. Het enige waarover men het unaniem eens is, is dat hormoonsuppletie werkt tegen opvliegers. Bij langdurig gebruik (meer dan vijf jaar) verhoogt het gebruik echter de kans op borstkanker.
Barrett-Connor is nuchter over de beloften van de farmaceutische industrie: ‘Net als alle medicijnen heeft hormoonsuppletie gevaarlijke bijwerkingen. Het is in ieder geval onverstandig om zonder meer preventief te slikken om bijvoorbeeld osteoperose tegen te gaan. Mede omdat de meeste mensen pas na hun tachtigste last krijgen van botbreuken. En dan slik je vijfentwintig tot dertig jaar hormonen, waarvan de gevaren op lange termijn nog lang niet uitgesloten zijn’.


naar inhoudsopgave

Meningen van artsen en onderzoekers

In Nederland heeft ongeveer twintig procent van de vrouwen in de overgang geen last van lichamelijke of psychische klachten. Eveneens twintig procent heeft ernstige klachten en de overigen bewegen zich ertussenin. Overgangsklachten zijn goed te behandelen, maar een arts moet daar samen met de hulpvraagster wél de tijd voor nemen, zeker als het gaat om het vaststellen van de juiste dosis hormonen. Daarbij kan het nooit gaan om een standaarddosis, omdat de werking ervan per vrouw verschilt. Soms is de arts zelf dermate in verwarring gebracht door alle tegenstrijdige informatie dat zij of hij helemaal niets wil voorschrijven, waarmee vrouwen ook niet echt geholpen zijn.
‘Om te weten wat een vrouw met overgangsklachten voorgeschreven zou moeten krijgen, is het van groot belang om de medische geschiedenis van die vrouw te kennen’, aldus C. Netelenbos in een interview met Libelle. Netelenbos is internist-endocrinoloog van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam en tevens voorzitter van de Osteoperose Stichting. ‘Komen er hart- en vaatziekten bij haar ouders voor, hoe zit het met borstkanker in de familie, heeft haar moeder op zeventigjarige leeftijd haar heup gebroken, rookt de vrouw, gebruikt ze bepaalde medicijnen? Kortom: je moet als arts van iemand een risicoprofiel maken voor je haar oestrogenen voorschrijft, want er is nogal wat keuze in hormoonpreparaten en ze hebben allemaal hun voor- en nadelen. De ene oestrogeen is de andere niet en ze werken ook nog eens op verschillende lichaamsgebieden.’
Netelenbos meent dat er weliswaar verband is tussen de overgang en osteoperose, maar eenderde van de vrouwen die daar in die periode last van krijgt, had al een te lage botmassa vóór de overgang. Hij pleit voor actieve lichaamsbeweging; sporten en wandelen kan de botdichtheid met zeven procent verhogen.
Een andere arts, Ronald Barentsen, gynaecoloog van de VU-ziekenhuis in Amsterdam, ondersteunt het betoog van zijn collega. Hij legt uit dat in het lichaam vele soorten oestrogenen circuleren en dat de verwachte werking afhangt van het soort eiwit dat in de cel zit. Zo zal het ene oestrogeen wel beschermen tegen hart- en vaatziekten, maar het andere niet. Elke stof moet apart worden bekeken. Zijn uiteenzetting maakt duidelijk dat bijvoorbeeld de klacht van pijnlijke borsten in de overgang niet te maken heeft met oestrogeen op zich, maar met een te hoge dosis oestrogenen. Barentsen pleit ervoor om goed na te gaan welke onderzoeken genoemd worden om de verkoop van bepaalde middelen te ondersteunen. Sommige onderzoeken refereren namelijk aan middelen die in Nederland niet verkocht worden.


naar inhoudsopgave

Amerikaanse inzichten

Via internet kan veel informatie worden vergaard over de overgang en alles wat daarmee samenhangt. De diverse websites laten echter ook verschillende standpunten zien.
Zo is er de website van de North American Menopause Society (NAMS), een onafhankelijke organisatie die zich uitsluitend bezighoudt met de menopauze. Een grote groep mensen, onder wie veel wetenschappers en artsen, houdt zich bezig met recente ontwikkelingen en onderzoeken rond de menopauze en probeert daarin tot een zekere consensus te komen. De NAMS geeft zeer precieze informatie over de manieren waarop hormonen toegepast kunnen worden (oraal of via pleisters, zetpillen of injecties) en over de voor- en nadelen van elke methode. De organisatie pleit ervoor dat vrouwen die besluiten hormonen te gebruiken, dit permanent doen (de hele maand door) en niet cyclisch (een deel van de maand). Cyclisch gebruik van progesteron kan leiden tot menstruatiesymptomen als bloeden, krampen, pijnlijke borsten, misselijkheid en stemmingswisselingen en tot bloedingen die op menstruaties lijken. Het slikken van hormonen op langere termijn (meer dan vijf jaar) wordt voorlopig afgeraden. Daaraan is volgens de NAMS een aantal risico’s verbonden, zoals verhoogde kans op borstkanker. Ook volgens de NAMS is nog steeds niet bewezen dat hormoonsuppletie of oestrogeen helpt tegen hart- en vaatziekten. Ook is onderzocht of oestrogeen helpt tegen depressies. Men heeft geconstateerd dat de meeste stemmingswisselingen bij vrouwen in de overgang niet vallen onder de term ‘klinische depressie’. Verder is onvoldoende aangetoond dat oestrogeen de stemming verbetert. Over de mogelijke relatie tussen oestrogeengebrek en de ziekte van Alzheimer is beperkt onderzoek beschikbaar, dat geen eensluidende conclusies trekt.
Uit een onderzoek van de NAMS onder 750 vrouwen in de VS naar hun beleving van de menopauze bleek dat acht van de tien vrouwen de overgang zagen als een bevrijding van hun menstruatieperikelen. Slechts 11% beschreef de overgang als negatief. Ruim 61% voelde zich niet minder aantrekkelijk door de menopauze en associeerde deze periode niet met een verminderde bereidheid om nieuwe dingen te proberen of risico's te nemen. De meeste vrouwen haalden hun informatie over de overgang van internet en uit boeken en tijdschriften.
Van de vrouwen die hormoonsuppletie gebruikten, vond 74% dat de voordelen opwogen tegen de nadelen. De helft van deze vrouwen tekende daar wel bij aan dat zij de beschikbare informatie over hormoongebruik verwarrend, tegenstrijdig of te overvloedig vond.
Andere strategieën die de vrouwen toepasten om zich beter te voelen tijdens de overgangsfase waren: gezond eten (85%), op gewicht blijven (77%), regelmatige lichaamsbeweging (75%), vitaminen (70%), calciumaanvullingen (58%), minder roken (28%), ontspanningstechnieken en yoga (25%), plantenextracten (10%). Tachtig procent van de vrouwen maakte gebruik van therapieën die niet door de (huis)arts waren voorgeschreven.


naar inhoudsopgave

Natuurlijk progesteron

Een interessante, maar totaal afwijkende mening komt van de Engelse arts John R. Lee, die in zijn eigen kliniek ruim twintig jaar lang onderzoek heeft gedaan onder vrouwen naar oestrogenen en progesteron. Hij is van mening dat overgangsklachten niet veroorzaakt worden door het verdwijnen van oestrogeen, maar van progesteron; de aanmaak van oestrogenen in de overgang houdt niet op, maar loopt terug tot 60% van de gebruikelijke hoeveelheid. Wat volgens Lee veel ingrijpender is, is het totaal verdwijnen van het progesteron-hormoon; de betekenis daarvan wordt in zijn ogen onderschat. Hij heeft duizenden vrouwen een crème van natuurlijk progesteron toegediend, die naar zijn zeggen blijkt te helpen bij allerlei overgangsklachten. Onderzoeken hebben de effectiviteit niet kunnen bewijzen.


naar inhoudsopgave

Het bos en de bomen

Kunt u door de bomen het bos nog zien? Wie informatie zoekt over hormoonsuppletie bij overgangsklachten komt al snel in een oerwoud van tegenstrijdige verhalen terecht.
Toch zijn uit die verhalen wel enkele kernpunten te halen.
Het allereerste punt is dat hormoonsuppletie geen onschuldige remedie is. Het is een kunstmatige ingreep in een natuurlijk proces en kan meer of minder ernstige bijwerkingen hebben. Gebruik van hormonen vraagt een gedegen onderzoek door een goed geïnformeerde arts, en een advies op maat.
Een tweede punt is dat met vele onderzoeken wordt geschermd om hormoonsuppletie aan te bevelen, maar dat de onderzoeksresultaten niet uitwijzen dat het gebruik van hormonen 100% veilig is. Wél is onomstotelijk bewezen dat oestrogenen goed helpen tegen opvliegers en nachtzweten.


naar inhoudsopgave

TOT SLOT: WAT KUNT U ZELF DOEN?

De drie belangrijkste remedies tegen overgangsklachten zijn: gezond leven, goed eten en regelmatige lichaamsbeweging. Laat u vooral niet van de wijs brengen door allerlei (negatieve) beelden over de ouder wordende vrouw.
Als u informatie zoekt over hormoongebruik, let dan goed op wie welke informatie geeft en wie daar baat bij heeft.
Praat over uw overgangsklachten met uw partner en met andere mensen in uw omgeving. Meer dan een miljoen vrouwen zijn of komen binnenkort in de overgang. Iemand om uw ervaringen mee te delen en informatie uit te wisselen, is dus snel gevonden.
Ook feitenkennis is van belang. Probeer samen met uw huisarts uit te zoeken wat het beste voor u is.
Heeft u behoefte aan een luisterend oor, herkenning en erkenning, een gesprek met een ervaringsdeskundige leeftijdgenoot, dan kunt u natuurlijk ook contact opnemen met de Federatie Vrouwenzelfhulp.*


* de Federatie Vrouwenzelfhulp bestaat niet meer. U kunt terecht bij de PGN, kijk bij spreekuren of ons forum



naar inhoudsopgave