De meeste westerse vrouwen krijgen hun laatste menstruatie
tussen hun veertigste en zestigste jaar. De gemiddelde leeftijd is 51 jaar. De
laatste menstruatie wordt ook wel menopauze genoemd. Voor en na de menopauze
is er een periode van enkele jaren waarin de hormonen een nieuw evenwicht zoeken.
Deze periode wordt de overgang, het climacterium, genoemd.
Bij een kwart van de vrouwen gaat de overgang gepaard met klachten die het dagelijkse
leven kunnen verstoren, andere hebben helemaal geen klachten.. Lees verder in
brochure Overgang NVOG
Lees ook: De onvermijdelijke overgang
Wanneer de menstruatie voor het veertigste jaar stopt terwijl deze altijd normaal geweest is, bent u te vroeg in de overgang gekomen. Dit verschijnsel wordt 'prematuur ovarieel falen' of POF genoemd. De vroege overgang ontstaat doordat de eierstokken niet meer werken. Er groeien geen eiblaasjes meer en er vindt geen eisprong meer plaats. De menstruatie blijft weg en de vruchtbare levensfase is tot een eind gekomen. Lees verder over POF..
© 2001 Federatie Vrouwenzelfhulp
De PGN maakte deel uit van deze federatie die inmiddels is opgeheven.
Van eerste menstruatie tot menopauze
De drie fasen van de overgang
Te vroeg in de overgang
Vrouwen zonder baarmoeder en/of eierstokken
Opvliegers
Irritatie van de slijmvliezen
Andere overgangsverschijnselen
Voeding
Botontkalking en ...
Beweging
Ontspanning
Hygiëne en huidverzorging
Tips
Hormonen
De eeuwige jeugd heeft zijn prijs
Meningen van artsen en onderzoekers
Amerikaanse inzichten
Natuurlijk progesteron
Het bos en de bomen
Tot slot: wat kunt u zelf doen
Iedere vrouw krijgt ermee te maken: de overgang ofwel menopauze. Het is een
natuurlijk proces, waarin er een eind komt aan de vruchtbaarheid. Bij alle
vrouwen tussen de 40 en 60 jaar verandert de hormoonhuishouding. Daardoor
krijgen ze in deze periode te kampen met overgangsverschijnselen. Natuurlijk
ervaart elke vrouw de overgang op haar eigen manier. De een zal er meer en
langer last van hebben dan de ander. Er zijn vrouwen die deze fase in hun leven
vrijwel probleemloos doorkomen, maar de meeste vrouwen krijgen
overgangsklachten.
De Federatie Vrouwenzelfhulp wil er met deze brochure toe bijdragen dat
vrouwen de overgangsjaren zo goed en vitaal mogelijk doorkomen. Zij wenst u,
lezeres, dan ook een goede overgang toe.
In de puberteit worden de vrouwelijke geslachtsorganen actief. In deze
periode vindt de eerste menstruatie plaats. Het optreden van de menstruatie
berust op een ingewikkeld samenspel tussen hersenen, eierstokken en baarmoeder.
De hypofyse, een kleine klier onderaan de hersenen, speelt hierbij een
belangrijke rol. Deze klier produceert het FSH (Follikel Stimulerend Hormoon).
Daardoor begint na de menstruatie een aantal eitjes in de eierstokken te rijpen.
Deze eicellen produceren het hormoon oestrogeen. Na 10 tot 14 dagen is er een
eicel rijp. Dan volgt onder invloed van het LH (Luteiniserend Hormoon) de
eisprong (ovulatie). Hierna gaan de eierstokken het hormoon progesteron
produceren. Dit progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende
voedingsstoffen bevat voor de groei van een eventueel bevrucht eitje, dat zich
in het slijmvlies gaat nestelen. Vindt er geen bevruchting plaats, dan wordt 14
dagen na de eisprong het buitenste laagje van het baarmoederslijmvlies
afgestoten. Dit afstotingsproces noemen we de menstruatie.
Tegen de tijd dat vrouwen in de overgang komen, zijn er van de paar miljoen
eicellen van het ongeboren meisje en van de circa 400.000 eicellen in de
vruchtbare periode nog maar een paar honderd in de eierstokken over. Door het
verouderingsproces wordt het steeds moeilijker om de eicellen te stimuleren. Er
is steeds meer FSH nodig om de eicellen te laten rijpen; de productie van FSH
neemt dan ook toe. Wanneer dat precies gebeurt, verschilt per vrouw, maar het
ligt ergens tussen het veertigste en vijftigste jaar. Op een gegeven moment zijn
de follikels niet langer te stimuleren en komen er geen rijpe eicellen meer
vrij. Daardoor wordt er minder oestrogeen geproduceerd. Zodra de
oestrogeenproductie vermindert, krijgt de baarmoeder geen signaal meer dat het
baarmoederslijmvlies moet worden opgebouwd en daardoor blijft de menstruatie
uit. Behalve het reguleren van de menstruatiecyclus heeft oestrogeen ook een
levenslange invloed op diverse weefsels en organen van het lichaam.
Door de verminderde productie van vrouwelijke geslachtshormonen begint de
overgang.
De overgang voltrekt zich in drie fasen. Het signaal dat erop duidt dat de eerste fase van de overgang is begonnen, is een verandering in het menstruatiepatroon: de premenopauze. De menstruatie kan heviger zijn, langer duren en gepaard gaan met meer dan normaal bloedverlies. De tijd tussen de menstruaties kan korter of juist langer zijn dan gewoonlijk. Maar de menstruatie kan ook regelmatig blijven tot het moment dat ze helemaal wegblijft en de menopauze is begonnen. Als de menstruaties een jaar lang zijn weggebleven, spreken we van de periode na de overgang ofwel de postmenopauze. De periode tussen de eerste onregelmatigheid in de menstruatie tot het verdwijnen van de overgangsverschijnselen, kan variëren van een paar jaar tot vele jaren.
Sommige vrouwen komen op natuurlijke wijze te vroeg in de overgang: een op de honderd vrouwen komt voor haar 40e in de overgang en een op de duizend vrouwen zelfs voor haar 30e levensjaar. Voor hen staat het verlies van vruchtbaarheid meestal voorop, maar ook het effect van de te vroege stop van de oestrogeenproductie behoeft aandacht. Vrouwen die te vroeg in de overgang komen, hebben meer kans op hart- en vaatziekten en osteoporose (botontkalking) dan vrouwen die op een normale leeftijd ophouden met menstrueren. Voor hen is een hormoontherapie het overwegen waard.
Vrouwen bij wie op jongere leeftijd de baarmoeder is verwijderd, menstrueren niet meer, maar ze komen ook niet in de overgang. De eierstokken produceren immers nog steeds hormonen. Als bij een operatie de eierstokken zijn verwijderd, stopt de productie van oestrogeen bij deze vrouwen van de ene op de andere dag. Hierdoor kunnen zij meer overgangsklachten krijgen dan andere vrouwen.
Dit is de meest voorkomende overgangsklacht. Te pas en te onpas ontstaat er van het ene op het andere moment een warmtegolf die vanuit de borst, rug en armen naar het hoofd stijgt, vaak gepaard gaand met een rood gezicht en hevige transpiratie. Ongeacht de temperatuur komen opvliegers zowel overdag als 's nachts, binnenshuis en buitenshuis voor. Er zijn vrouwen die zo nu en dan een opvlieger hebben; anderen worden er vele malen per dag door overvallen. Ook ‘s avonds en ’s nachts kunnen deze opvliegers zich voordoen, waardoor de nachtrust danig verstoord raakt, met vermoeidheid en prikkelbaarheid overdag tot gevolg.
Door de afname van oestrogeen worden de slijmvliezen droger en dunner.
Behalve de slijmvliezen van ogen, neus en mond zijn het vooral de slijmvliezen
van de vagina en urinewegen die klachten kunnen geven. Zo wordt de vagina
gevoeliger voor irritaties. Jeuk en een branderig gevoel bij het plassen kunnen
het gevolg zijn van zo'n irritatie. Door het dunner worden van de slijmvliezen
en verzwakking (atrofie) van de blaas en de bekkenbodemspieren kan incontinentie
optreden. Er zijn twee soorten incontinentie: de stress-incontinentie,
plotseling urineverlies bij hoesten, lachen of niezen, en de 'urge-incontinentie',
een voortdurende aandrang om een klein beetje te plassen.
Bij incontinentieproblemen is het raadzaam dagelijks 6 keer 6 tellen lang de
bekkenbodemspieren sterk aan te spannen (nooit tijdens het plassen!).
Opvliegers en irritaties door drogere en dunnere slijmvliezen zijn de meest bekende overgangsklachten. Maar ook andere verschijnselen komen voor, zoals:
- botontkalking (osteoporose)
- hoofdpijn
- spier- en gewrichtspijn
- vermoeidheid
- slapeloosheid
- hartkloppingen
- nervositeit
- droge huid
- minder zin in seks
- tintelingen in de vingers
- gewichtstoename
- trage stoelgang (obstipatie)
- depressiviteit
- fobieën
Sommige van deze klachten kunnen te maken hebben met het verstoorde hormonale
evenwicht, maar mogelijk spelen ook andere factoren een rol, zoals het hebben
van (g)een baan, relatieproblemen en de beeldvorming rondom ouder worden.
Psychische klachten als neerslachtigheid en prikkelbaarheid,
stemmingswisselingen, angsten, concentratie- en geheugenverlies kunnen weer
ontstaan als reactie op lichamelijke klachten.
Hoe lang duurt de overgang? Een veel gestelde vraag, waar helaas geen
eenvoudig antwoord op te geven is. Niemand kan voorspellen hoe lang de
overgangsperiode zal duren, noch hoe die zal verlopen. Iedere vrouw zal dit
proces op haar eigen wijze ervaren. De enige zekerheid is dat alle vrouwen met
de overgang te maken krijgen. Er zijn vrouwen die er nauwelijks hinder van
ondervinden, maar de meerderheid zal toch, in meerdere of mindere mate, last
krijgen van de typische overgangsverschijnselen. Zeker bij ernstige klachten is
het raadzaam informatie in te winnen of hulp te zoeken.
Om vitaal de overgang door te komen, zijn gezonde leefgewoonten - goede
voeding, voldoende beweging en ontspanning - van groot belang.
Gezonde voeding is natuurlijk gedurende het hele leven belangrijk. Maar tijdens het veranderingsproces dat zich in de overgang voordoet, kan het lichaam wel wat extra aandacht gebruiken met betrekking tot voeding. We geven enkele adviezen uit de vele algemene tips over gezonde eet- en drinkgewoonten.
Eet driemaal daags gevarieerd en volwaardig voedsel, liefst volkorenproducten,
minimaal 4 eetlepels groente en 2 stuks fruit per dag, eventueel aangevuld met
magere zuivelproducten, mager vlees en vis. Uit onderzoek is gebleken dat
vrouwen die gezond eten, niet roken en veel bewegen zo'n 30% minder risico lopen
om te overlijden aan kanker, hart- en vaatziekten of een beroerte.
Bij een gezond eet- en leefpatroon zijn er in principe geen extra vitaminen
of mineralen nodig. Wel zijn de volgende producten aan te bevelen.
Voor meer persoonlijke adviezen over voeding is een bezoek aan een orthomoleculair diëtist aan te raden.
1 vers bronwater, mineraalwater, gefilterd water
2 vers geperste groentesappen
3 vers geperste vruchtensappen
4 kruidenthee
5 reform-groentesappen
6 reform-vruchtensappen
7 granenkoffie
8 kraanwater
9 vruchtensappen uit pak (zonder suiker of conserveermiddelen)
10 vruchtensappen uit blik (zonder suiker of conserveermiddelen)
11 sojamelk
12 gewone thee of ijsthee
13 bouillon
14 cafeïnevrije koffie
15 karnemelk, yoghurt
16 koffie
17 bier, wijn
18 limonade
19 cola
20 sterke drank als whiskey, rum
21 melk
.....VoedingTot het 30e jaar maakt het lichaam meer bot aan dan het afbreekt; daarna wordt de botafbraak groter dan de botaanmaak. De belangrijkste bouwstenen van botweefsel zijn calcium, fosfor en magnesium. Deze drie stoffen dienen in een juiste verhouding aanwezig te zijn. Met name een teveel aan fosfor (vlees en frisdrank) en een tekort aan magnesium (donkergroene groenten als andijvie en boerenkool, noten, zaden, volkorenproducten) kunnen de balans in de botopbouw verstoren. Ook speelt het oestrogeen bij vrouwen een rol bij de botopbouw en -afbraak.
Naast de voeding is voor een goede botaanmaak vitamine D onmisbaar. Onder invloed van zonlicht maakt de huid, onder meer via de handen en het gezicht, zelf vitamine D aan.
Calcium (kalk) speelt een hoofdrol bij de botaanmaak. Calcium zit in:
- groenten: vooral in boerenkool, broccoli, Chinese kool, raapstelen, sterkers
- noten: vooral amandelen, hazelnoten, paranoten, walnoten
- zaden: vooral sesamzaad (30%)
- fruit: vooral sinaasappel
- gedroogde vruchten: vooral vijgen, peren, abrikozen
- melkproducten
Overigens is melk niet de enige en grootste calciumbron. Melk bevat een soort calcium dat slecht oplost. Bovendien is halfvolle melk niet voor iedereen een geschikt product, omdat het zo'n 30% melkeiwitten bevat, die diverse maag- en darmproblemen kunnen veroorzaken. Zure melkproducten, zoals karnemelk, kwark en yoghurt, worden door het maag/darmstelsel wél goed verteerd, waardoor het calcium beter wordt opgenomen. Wie geen melkproducten wil of kan drinken, voorziet door het gebruik van bovenstaande producten ruimschoots in de calciumbehoefte van het lichaam.
Botontkalking is niet altijd te beperken door een goede voeding. Ook andere factoren kunnen een rol spelen:
.....ErfelijkheidBotontkalking (osteoporose) is vaak erfelijk bepaald. Een erfelijke factor is niet te veranderen. Komt er in de familie botontkalking voor, dan is er sprake van een verhoogd risico. Het is dan raadzaam om extra (voorzorgs)maatregelen te nemen. Doe dit altijd in samenspraak met een deskundige. Het is ook mogelijk een meting van uw botmassa te laten uitvoeren.
.....Bewegen en belastenHet belasten van botten en spieren zorgt voor een betere botopbouw. Vrouwen met een wat hoger lichaamsgewicht hebben iets minder kans op osteoporose, doordat vooral in het vetweefsel oestrogeen wordt aangemaakt en doordat het zwaardere lichaam de botten meer belast. Regelmatig en doelmatig bewegen, vooral wandelen, is ook een vorm van belasting van de botten en dus belangrijk voor de botopbouw.
.....Hormonale invloedBij vrouwen in de overgang wordt minder oestrogeen en helemaal geen progesteron meer aangemaakt. Vanaf de tijd vlak voor de eerste overgangssignalen tot een paar jaar daarna ontstaat er door het afnemen van de hoeveelheid hormonen ongeveer 15% botverlies. Die botafbraak blijft daarna ook doorgaan, maar in mindere mate. Op zestigjarige leeftijd kunnen de eerste (wervel)klachten ontstaan, maar de meeste breuken bij vrouwen die aan osteoporose lijden, treden pas op rond het tachtigste jaar. Als een botscan in het 45e jaar uitwijst dat de botafbraak te groot is, zijn aanvullende maatregelen in de vorm van hormonen nodig. Plantaardige hormonen als fyto-oestrogenen zijn bij de reformwinkel of drogist te koop. De overige hormoonpreparaten kunnen alleen op recept van een huisarts of gynaecoloog verkregen worden. Gebruik de middelen altijd in goede en voortdurende samenspraak met een deskundige.
Actief bewegen bevordert de bloedsomloop en de stofwisseling: het houdt
gewrichten en spieren soepel en kan zo eventuele gewrichtspijn enigszins
ondervangen. Actief bewegen bevordert de algehele lichamelijke conditie,
waardoor men zich ook geestelijk vitaler voelt.
Er zijn belaste en onbelaste vormen van actief bewegen.
Bij belast bewegen wordt de aanmaak van botcellen gestimuleerd. Voorbeelden
van belast bewegen: wandelen, gymnastiek, fitness, dansen, hardlopen, skaten,
tennissen, traplopen.
Bij onbelast bewegen wordt de aanmaak van botcellen niet gestimuleerd. Wel
zorgt het voor soepele spieren en het vergroot de capaciteit van hart en longen.
Voorbeelden van onbelast bewegen zijn fietsen en zwemmen.
Beweeg bij voorkeur dagelijks, maar minstens vijf dagen per week ten minste
een halfuur per dag matig actief (bijvoorbeeld wandelen of fietsen).
Daarnaast is eenmaal per week intensievere sportbeoefening van minimaal een
uur aan te bevelen, bij voorkeur in de buitenlucht.
Het lichaam heeft minimaal een aantal uren per etmaal ontspanning nodig. De
meest natuurlijke, passieve vorm van ontspanning is slapen. Maar ook overdag is
het belangrijk om af en toe even rust te nemen. Door rust en ontspanning
verwijden zich de bloedvaten, waardoor de lichaamscellen meer voedings- en
antistoffen toegevoerd krijgen en ook de hormoonproductie in balans blijft. Ook
de hersenen werken beter. Hoe meer denkwerk er verricht wordt, des te
belangrijker zijn de ontspanningsmomenten. Bij veel geestelijke arbeid kunnen
het beste ontspanningsmethoden gebruikt worden die vooral op het lichaam zijn
gericht.
Er zijn vele ontspanningstechnieken, zoals ademhalings- en
ontspanningsoefeningen, yoga, meditatie en muziek. Daarnaast zijn er nog talloze
andere mogelijkheden om te ontspannen, bijvoorbeeld lezen, naar muziek
luisteren, tuinieren, schilderen of wandelen.
Zorg voor een goede nachtrust (liefst zonder slaapmiddelen) en neem voldoende
lichaamsbeweging. Voor sommigen kan het ontspannend zijn om af en toe niet
bereikbaar te zijn, bijvoorbeeld door even de telefoon uit te zetten.
Door veroudering neemt de algehele weerstand en conditie heel geleidelijk af.
Zo wordt bijvoorbeeld de huid vanaf de overgang dunner en droger. Vooral het
gebied in en rond de vagina en schaamlippen kan hiervan hinder ondervinden.
Irritatie, jeuk, kleine wondjes en een infectie kunnen het gevolg zijn. Deze
huid-/slijmvliesproblemen zijn niet bij iedereen te voorkomen, maar er kunnen
wel algemene voorzorgsmaatregelen genomen worden, bijvoorbeeld door de huid goed
schoon te houden.
Wees bij het wassen royaal met water, maar zuinig met zeep, lotions en
shampoos. Voor de algehele verzorging van de huid, ons grootste orgaan, hoeft
(behalve voor de handen) in principe geen zeep gebruikt te worden. Bijna alle
reclame voor toiletzepen belooft een gave huid. Het tegendeel is echter het
geval: juist deze zepen ontlenen hun aantrekkelijkheid aan het parfum dat erin
verwerkt is. Geparfumeerde zeep bevat veel alcohol. Een eigenschap van alcohol
is dat het de huid uitdroogt, wat de kans op minuscule wondjes rond de vagina
vergroot. Gebruik dus helemaal geen zeep (ook geen ongeparfumeerde en zeker geen
desinfecterende zeep) rond de vagina. Ook bij het wassen van het gezicht kan het
gebruik van zeep gerust achterwege blijven. Sommige wasmiddelen en zeker
wasverzachters kunnen via het ondergoed huidirritaties veroorzaken.
Draag geen te strak zittende broeken en geen knellende of schurende
kledingstukken zoals een bh met beugels, vanwege verminderde bloed- en
lymfedoorstroming en kans op irritatie en beschadiging van de huid.
Zorg voor goede schoenen; probeer drukplekken en likdoorns te voorkomen.
Draag geen synthetisch, maar katoenen ondergoed. Dat neemt gemakkelijker vocht
op en laat toch lucht door.
Bij last of pijn bij de geslachtsgemeenschap kan een glijmiddel voorkomen -
of de kans verkleinen - dat er wondjes ontstaan in de schaamstreek.
Hormoonsuppletie maakt deel uit van een heel assortiment aan middelen die
vrouwen kunnen gebruiken om overgangsklachten te bestrijden. Deze hormonen
worden in de fabriek gemaakt van soja (zoals fyto-oestrogenen of het oestradiol
in bijvoorbeeld Femoston) of van de urine van drachtige merries (bijvoorbeeld
Premarin).
Er is veel verwarring over de effecten en de mogelijke bijwerkingen van
hormonen. Dat de meningen nogal uiteenlopen, komt niet alleen doordat diverse
organisaties met verschillende onderzoeksresultaten schermen, maar ook doordat
er nog onvoldoende onderzoek is verricht naar de effecten van langdurig
hormoongebruik.
Een aantal ontwikkelingen speelt hierbij een rol. Ten eerste komt binnenkort
een enorm grote groep vrouwen in de overgang: de vrouwen die vlak na de Tweede
Wereldoorlog zijn geboren. Zij vormen voor allerlei hulpverleners en voor de
farmaceutische industrie een aantrekkelijke markt. Een andere ontwikkeling is
dat men in onze samenleving bij lichamelijke en psychische ongemakken steeds
vaker naar een geneesmiddel grijpt. Zowel de farmaceutische industrie als de
alternatieve gezondheidszorg speelt hierop in. Het gaat daarbij niet alleen om
het genezen van klachten, maar vaak ook om het voorkomen ervan. Zo wordt
bijvoorbeeld gepropageerd om langdurig hormonen te slikken om botontkalking te
voorkomen.
Een derde ontwikkeling is dat er steeds meer gevraagd wordt van mensen, zowel
op het werk als in het gezin. Dat kan mensen behoorlijk onder druk zetten. Een
medicijn is dan een handig middel om een - schijnbare - balans te bereiken.
Verder is de beeldvorming van de oudere vrouw niet altijd even positief.
Jong, sexy en speciaal wint het nog steeds van oud, wijs en gewoon. De enorme
verkoop van pillen, smeersels, dieetvoeding en fitnessapparatuur aan vooral
vrouwen wijst erop dat veel vrouwen nog steeds gevoelig zijn voor deze
beeldvorming.
De consument wordt steeds mondiger. Men wil goed geïnformeerd worden over
wat men koopt en slikt. Helaas is die informatie meer dan eens gekleurd door
economische belangen. Vaak is de informatie zelfs tegenstrijdig. Met de
informatie over hormoongebruik in de overgang is dat zeker het geval. De
ontwikkelingen op dit gebied voltrekken zich in een hoog tempo. Het is
belangrijk dat vrouwen zo goed mogelijk op de hoogte gebracht worden van de
diverse ontwikkelingen, zodat ze hun eigen (voorlopige) oordeel kunnen vellen.
Onder deze titel werd in het tijdschrift Medisch Contact een interview
gepubliceerd met de Amerikaanse epidemioloog prof. Elizabeth Barrett-Connor. Zij
is gespecialiseerd in de relatie tussen hormonen en ouderdomsziekten bij
vrouwen. In de Verenigde Staten is de hormonale suppletietherapie bij vrouwen in
de menopauze een doorslaand succes. Ook in Nederland worden oestrogenen en
progesteron steeds vaker voorgeschreven. Toch staat het klinisch onderzoek naar
de effecten van hormoongebruik op langere termijn nog in de kinderschoenen.
Voorzichtigheid is dus geboden, vindt Barrett-Connor.
In de VS, vaak ons voorland als het gaat om trends, wordt hormoonsuppletie
aangeprezen als iets waardoor je je beter voelt en meer levenskracht krijgt: de
remedie tegen allerlei overgangsklachten zoals osteoporose, en misschien zelfs
wel tegen de ziekte van Alzheimer. Barrett-Connor is een van de eerste
onderzoekers die de mythe ontkrachtte dat hormoongebruik het risico op hart- en
vaatziekten vermindert. Het enige waarover men het unaniem eens is, is dat
hormoonsuppletie werkt tegen opvliegers. Bij langdurig gebruik (meer dan vijf
jaar) verhoogt het gebruik echter de kans op borstkanker.
Barrett-Connor is nuchter over de beloften van de farmaceutische industrie:
‘Net als alle medicijnen heeft hormoonsuppletie gevaarlijke bijwerkingen. Het
is in ieder geval onverstandig om zonder meer preventief te slikken om
bijvoorbeeld osteoperose tegen te gaan. Mede omdat de meeste mensen pas na hun
tachtigste last krijgen van botbreuken. En dan slik je vijfentwintig tot dertig
jaar hormonen, waarvan de gevaren op lange termijn nog lang niet uitgesloten
zijn’.
In Nederland heeft ongeveer twintig procent van de vrouwen in de overgang
geen last van lichamelijke of psychische klachten. Eveneens twintig procent
heeft ernstige klachten en de overigen bewegen zich ertussenin.
Overgangsklachten zijn goed te behandelen, maar een arts moet daar samen met de
hulpvraagster wél de tijd voor nemen, zeker als het gaat om het vaststellen van
de juiste dosis hormonen. Daarbij kan het nooit gaan om een standaarddosis,
omdat de werking ervan per vrouw verschilt. Soms is de arts zelf dermate in
verwarring gebracht door alle tegenstrijdige informatie dat zij of hij helemaal
niets wil voorschrijven, waarmee vrouwen ook niet echt geholpen zijn.
‘Om te weten wat een vrouw met overgangsklachten voorgeschreven zou moeten
krijgen, is het van groot belang om de medische geschiedenis van die vrouw te
kennen’, aldus C. Netelenbos in een interview met Libelle. Netelenbos is
internist-endocrinoloog van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit
in Amsterdam en tevens voorzitter van de Osteoperose Stichting. ‘Komen er
hart- en vaatziekten bij haar ouders voor, hoe zit het met borstkanker in de
familie, heeft haar moeder op zeventigjarige leeftijd haar heup gebroken, rookt
de vrouw, gebruikt ze bepaalde medicijnen? Kortom: je moet als arts van iemand
een risicoprofiel maken voor je haar oestrogenen voorschrijft, want er is nogal
wat keuze in hormoonpreparaten en ze hebben allemaal hun voor- en nadelen. De
ene oestrogeen is de andere niet en ze werken ook nog eens op verschillende
lichaamsgebieden.’
Netelenbos meent dat er weliswaar verband is tussen de overgang en
osteoperose, maar eenderde van de vrouwen die daar in die periode last van
krijgt, had al een te lage botmassa vóór de overgang. Hij pleit voor actieve
lichaamsbeweging; sporten en wandelen kan de botdichtheid met zeven procent
verhogen.
Een andere arts, Ronald Barentsen, gynaecoloog van de VU-ziekenhuis in
Amsterdam, ondersteunt het betoog van zijn collega. Hij legt uit dat in het
lichaam vele soorten oestrogenen circuleren en dat de verwachte werking afhangt
van het soort eiwit dat in de cel zit. Zo zal het ene oestrogeen wel beschermen
tegen hart- en vaatziekten, maar het andere niet. Elke stof moet apart worden
bekeken. Zijn uiteenzetting maakt duidelijk dat bijvoorbeeld de klacht van
pijnlijke borsten in de overgang niet te maken heeft met oestrogeen op zich,
maar met een te hoge dosis oestrogenen. Barentsen pleit ervoor om goed na te
gaan welke onderzoeken genoemd worden om de verkoop van bepaalde middelen te
ondersteunen. Sommige onderzoeken refereren namelijk aan middelen die in
Nederland niet verkocht worden.
Via internet kan veel informatie worden vergaard over de overgang en alles
wat daarmee samenhangt. De diverse websites laten echter ook verschillende
standpunten zien.
Zo is er de website van de North American Menopause Society (NAMS), een
onafhankelijke organisatie die zich uitsluitend bezighoudt met de menopauze. Een
grote groep mensen, onder wie veel wetenschappers en artsen, houdt zich bezig
met recente ontwikkelingen en onderzoeken rond de menopauze en probeert daarin
tot een zekere consensus te komen. De NAMS geeft zeer precieze informatie over
de manieren waarop hormonen toegepast kunnen worden (oraal of via pleisters,
zetpillen of injecties) en over de voor- en nadelen van elke methode. De
organisatie pleit ervoor dat vrouwen die besluiten hormonen te gebruiken, dit
permanent doen (de hele maand door) en niet cyclisch (een deel van de maand).
Cyclisch gebruik van progesteron kan leiden tot menstruatiesymptomen als
bloeden, krampen, pijnlijke borsten, misselijkheid en stemmingswisselingen en
tot bloedingen die op menstruaties lijken. Het slikken van hormonen op langere
termijn (meer dan vijf jaar) wordt voorlopig afgeraden. Daaraan is volgens de
NAMS een aantal risico’s verbonden, zoals verhoogde kans op borstkanker. Ook
volgens de NAMS is nog steeds niet bewezen dat hormoonsuppletie of oestrogeen
helpt tegen hart- en vaatziekten. Ook is onderzocht of oestrogeen helpt tegen
depressies. Men heeft geconstateerd dat de meeste stemmingswisselingen bij
vrouwen in de overgang niet vallen onder de term ‘klinische depressie’.
Verder is onvoldoende aangetoond dat oestrogeen de stemming verbetert. Over de
mogelijke relatie tussen oestrogeengebrek en de ziekte van Alzheimer is beperkt
onderzoek beschikbaar, dat geen eensluidende conclusies trekt.
Uit een onderzoek van de NAMS onder 750 vrouwen in de VS naar hun beleving
van de menopauze bleek dat acht van de tien vrouwen de overgang zagen als een
bevrijding van hun menstruatieperikelen. Slechts 11% beschreef de overgang als
negatief. Ruim 61% voelde zich niet minder aantrekkelijk door de menopauze en
associeerde deze periode niet met een verminderde bereidheid om nieuwe dingen te
proberen of risico's te nemen. De meeste vrouwen haalden hun informatie over de
overgang van internet en uit boeken en tijdschriften.
Van de vrouwen die hormoonsuppletie gebruikten, vond 74% dat de voordelen
opwogen tegen de nadelen. De helft van deze vrouwen tekende daar wel bij aan dat
zij de beschikbare informatie over hormoongebruik verwarrend, tegenstrijdig of
te overvloedig vond.
Andere strategieën die de vrouwen toepasten om zich beter te voelen tijdens
de overgangsfase waren: gezond eten (85%), op gewicht blijven (77%), regelmatige
lichaamsbeweging (75%), vitaminen (70%), calciumaanvullingen (58%), minder roken
(28%), ontspanningstechnieken en yoga (25%), plantenextracten (10%). Tachtig
procent van de vrouwen maakte gebruik van therapieën die niet door de
(huis)arts waren voorgeschreven.
Een interessante, maar totaal afwijkende mening komt van de Engelse arts John R. Lee, die in zijn eigen kliniek ruim twintig jaar lang onderzoek heeft gedaan onder vrouwen naar oestrogenen en progesteron. Hij is van mening dat overgangsklachten niet veroorzaakt worden door het verdwijnen van oestrogeen, maar van progesteron; de aanmaak van oestrogenen in de overgang houdt niet op, maar loopt terug tot 60% van de gebruikelijke hoeveelheid. Wat volgens Lee veel ingrijpender is, is het totaal verdwijnen van het progesteron-hormoon; de betekenis daarvan wordt in zijn ogen onderschat. Hij heeft duizenden vrouwen een crème van natuurlijk progesteron toegediend, die naar zijn zeggen blijkt te helpen bij allerlei overgangsklachten. Onderzoeken hebben de effectiviteit niet kunnen bewijzen.
Kunt u door de bomen het bos nog zien? Wie informatie zoekt over
hormoonsuppletie bij overgangsklachten komt al snel in een oerwoud van
tegenstrijdige verhalen terecht.
Toch zijn uit die verhalen wel enkele kernpunten te halen.
Het allereerste punt is dat hormoonsuppletie geen onschuldige remedie is. Het
is een kunstmatige ingreep in een natuurlijk proces en kan meer of minder
ernstige bijwerkingen hebben. Gebruik van hormonen vraagt een gedegen onderzoek
door een goed geïnformeerde arts, en een advies op maat.
Een tweede punt is dat met vele onderzoeken wordt geschermd om
hormoonsuppletie aan te bevelen, maar dat de onderzoeksresultaten niet uitwijzen
dat het gebruik van hormonen 100% veilig is. Wél is onomstotelijk bewezen dat
oestrogenen goed helpen tegen opvliegers en nachtzweten.
De drie belangrijkste remedies tegen overgangsklachten zijn: gezond leven,
goed eten en regelmatige lichaamsbeweging. Laat u vooral niet van de wijs
brengen door allerlei (negatieve) beelden over de ouder wordende vrouw.
Als u informatie zoekt over hormoongebruik, let dan goed op wie welke
informatie geeft en wie daar baat bij heeft.
Praat over uw overgangsklachten met uw partner en met andere mensen in uw
omgeving. Meer dan een miljoen vrouwen zijn of komen binnenkort in de overgang.
Iemand om uw ervaringen mee te delen en informatie uit te wisselen, is dus snel
gevonden.
Ook feitenkennis is van belang. Probeer samen met uw huisarts uit te zoeken wat het beste voor u is.
Heeft u behoefte aan een luisterend oor, herkenning en erkenning, een gesprek
met een ervaringsdeskundige leeftijdgenoot, dan kunt u natuurlijk ook contact
opnemen met de Federatie Vrouwenzelfhulp.*
* de Federatie Vrouwenzelfhulp bestaat niet meer. U kunt terecht bij de PGN, kijk bij spreekuren of ons forum