Twitter   Vind ons op Facebook   Besloten Facebookgroep
Gynaecologie - Dossiers

Het HPV virus

Het Humaan Papillomavirus, ook wel HPV genoemd, is een virus dat op de huid en slijmvliezen voorkomt. Van het virus zijn momenteel meer dan 100 typen bekend. De meeste HPV typen vormen geen risico voor de gezondheid. Ongeveer 30 typen van het HPV komen voor op de slijmvliezen van de geslachtsorganen. Daar verstoren ze de celgroei. De typen 6 en 11 kunnen hier genitale wratten veroorzaken. Andere typen, met name 16 en 18 kunnen voorstadia van kanker veroorzaken.

HPV wordt overgedragen door contact tussen de slijmvliezen van de penis, vagina of anus. Het virus kan ook op de onderbuik en billen zitten en tijdens het vrijen via de huid, vingers of mond worden overgedragen. Het is erg besmettelijk.

Vrijen met een condoom verkleint de kans op besmetting met HPV, maar beschermt zeker niet volledig tegen HPV. Het virus zit ook op de huid rondom de geslachtsorganen. Veilig vrijen blijft altijd belangrijk.

De meeste mensen hebben geen klachten. Zij merken niet dat zij met HPV ge´nfecteerd zijn, maar kunnen het virus wel overdragen.

Op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vindt u uitgebreide en betrouwbare informatie.

HPV vaccinatie

Vanaf 2009 krijgen meisjes van 12 jaar een uitnodiging van de GGD voor de inenting. Ze krijgen 2 keer een prik: tussen de eerste prik en de tweede prik zit ongeveer 6 maanden. Na de 2 prikken zijn meisjes beschermd tegen infectie met HPV16 en 18. De HPV-prikken vallen binnen het Rijksvaccinatieprogramma, zijn gratis en niet verplicht.

Ervaringsverhaal

Bevolkingsonderzoek

Veel vrouwen (en mannen) raken een keer in hun leven besmet met HPV. Soms ruimt het lichaam dit virus niet op. Dan kan baarmoederhalskanker ontstaan.

Elke vrouw krijgt vanaf haar 30e jaar een uitnodiging voor het laten maken van een uitstrijkje. Met een uitstrijkje wordt onderzocht of er (een voorstadium van) baarmoederhalskanker is.

  • rivm.nl bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Lees ook:

Het uitstrijkje

Bij een uitstrijkje neemt de arts met een borstel of spatel cellen van de baarmoedermond af.

Aan het uitstrijkje is te zien of er aanwijzingen zijn voor (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Als in het uitstrijkje afwijkende cellen worden gezien, wordt een nieuw uitstrijkje gemaakt of vindt er verder onderzoek plaats: colposcopie. Bij een colposcopie bekijkt de gynaecoloog de baarmoedermond met een microscoop en neemt zo nodig een stukje weefsel weg. Eventueel wordt daarna een nieuw uitstrijkje gemaakt.

Het is ook mogelijk dat u behandeld wordt met een lis-excisie of conisatie: het wegnemen van een kegelvormig stukje weefsel van de baarmoedermond.

Het voorstadium van baarmoederhalskanker is eenvoudig te ontdekken en te behandelen. De kans op baarmoederhalskanker is zeer klein bij zo'n voorstadium.. Lees verder over het Uitstrijkje NVOG

Hebt u na het lezen nog vragen of is iets niet duidelijk, aarzel dan niet dat met uw arts te bespreken.

Lees ook Thuisarts.nl: Ik ga een uitstrijkje laten maken