© versie 1.1 NVOG *
De laparoscopische operatie
INHOUDSOPGAVE
Inleiding
De baarmoeder, eileiders en eierstokken
Wat is een laparoscopische operatie en waarom adviseert de gynaecoloog
zo'n operatie?
Redenen voor een laparoscopische operatie
-- Een cyste van de eierstok of een vergrote eierstok
-- Het verwijderen van normale eierstokken
Endometriose
Hydrosalpinx
Buitenbaarmoederlijke zwangerschap
Myomen
Verklevingen
Ongewild urineverlies
Verwijdering van de baarmoeder
Risico's en complicaties
De beslissing
Als u besloten hebt tot een operatie
-- Voorbereidingen
-- De operatiedag zelf
Na de operatie
-- In het ziekenhuis
-- Herstel thuis
-- Bloedverlies
-- Hechtingen
-- Douchen en baden
-- Seksualiteit
-- Nacontrole
In geval van problemen
Verder lezen
Adressen
Woordenlijst
INLEIDING
De gynaecoloog voert een laparoscopische operatie uit via kleine sneetjes van
ongeveer 1 cm in de buikwand. Door een van deze sneetjes brengt de arts een laparoscoop
in de buik: een lange dunne buis waar men doorheen kijkt. Het beeld verschijnt
meestal op een televisiescherm, de monitor. Via de andere sneetjes brengt de
gynaecoloog instrumenten in waarmee geopereerd wordt. De operatie is voor de
medewerkers op de monitor te volgen.
Er bestaan verschillende redenen om een laparoscopische operatie te adviseren.
De meest voorkomende bespreken wij in deze folder. Over een aantal afwijkingen
bestaan aparte folders of brochures. U kunt uw gynaecoloog erom vragen. Bij de
operatie zijn vaak de baarmoeder, de eileiders of de eierstokken betrokken. Daarom
geven wij eerst algemene informatie over deze organen. Vervolgens wordt beschreven
wat er tijdens de operatie gebeurt, welke risico's er aan verbonden zijn,
hoe u tot een beslissing komt, en waarmee u voor en na de operatie rekening moet
houden. Aan het einde van de folder vindt u o.a. een verklarende woordenlijst.
DE BAARMOEDER, EILEIDERS EN EIERSTOKKEN
Een normale baarmoeder (uterus) heeft de vorm en grootte van een peer. Aan de
brede bovenkant monden twee eileiders (tubae) in de baarmoeder uit. Deze dunne,
soepele buisjes, die zo'n 8-10 cm lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en
eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken (ovaria) zijn ongeveer 3 cm
groot. Bij een laparoscopische operatie ziet de arts doorgaans de eileiders en
eierstokken, evenals het bovenste deel van de baarmoeder (het baarmoederlichaam,
corpus uteri). Het onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina (schede)
uitmondt, de baarmoedermond of baarmoederhals (cervix of portio) is niet zichtbaar
tijdens de operatie.
Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten
met bindweefselbanden vast onder in het bekken.
De baarmoeder is noodzakelijk om te menstrueren en zwangerschappen te dragen.
Daarnaast kan de baarmoeder bijdragen aan erotische gevoelens bij opwinding en
het krijgen van een orgasme. De eierstokken maken hormonen die elke maand het
baarmoederslijmvlies opbouwen. Ook dragen zij bij tot het zin hebben in vrijen
en ze houden de schede stevig en soepel. Elke maand komt er bij de eisprong een
eicel uit de eierstokken vrij.
De eileiders hebben een transportfunctie. Zaadcellen komen via de schede en de
baarmoeder door de eileiders naar de eierstok toe. Als een eisprong heeft plaatsgevonden
kunnen ze een eicel bevruchten. Een bevruchte eicel wordt door de eileider naar
de baarmoeder vervoerd. Een niet-bevruchte eicel lost vanzelf op.
WAT IS EEN LAPAROSCOPISCHE OPERATIE, EN WAAROM ADVISEERT DE GYNAECOLOOG ZO'N
OPERATIE?
Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie). De operatie gebeurt
bijna altijd onder narcose (algehele verdoving).
De gynaecoloog maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van
de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte. Hierdoor
wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik
om de verschillende organen te zien. Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde
sneetje de laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een videocamera.
De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo zichtbaar op de monitor. Bij
het vermoeden op het bestaan van verklevingen, brengt men soms de naald en de
laparoscoop op een andere plaats in, bijvoorbeeld onder de ribbenboog.
Ook op een paar andere plaatsen zoals net boven het schaambeen en de zijkanten
van de onderbuik worden sneetjes gemaakt, waardoor men operatie-instrumenten
inbrengt. Via de vagina en de baarmoederhals brengt de gynaecoloog soms een instrument
in de baarmoederholte om de baarmoeder tijdens de operatie te bewegen. Tot slot
kan ook in de vagina, achter de baarmoedermond, een snee gemaakt worden. Hierdoor
is het mogelijk bijvoorbeeld een vergrote eierstok of een vleesboom uit de buikholte
te verwijderen.

Gynaecologen gebruiken laparoscopie al vele jaren bij sterilisaties en vruchtbaarheidsonderzoek.
Door verbeteringen van het instrumentarium is het mogelijk steeds uitgebreidere
operaties te doen. Zo is het mogelijk het openen van de buikholte met een grotere
snede te voorkomen.
Bij een laparoscopische operatie blijft de buikholte afgesloten. In vergelijking
met een 'gewone' operatie treedt minder prikkeling van het buikvlies
op en werken de darmen na afloop sneller. De kleinere sneetjes veroorzaken minder
wondpijn. Hierdoor is ook het verblijf in het ziekenhuis korter, en gaat het
herstel thuis doorgaans sneller. Wel duurt de operatie soms langer, zodat u langer
onder narcose bent. De ervaring van uw gynaecoloog en het soort operatie spelen
een rol bij de operatieduur.
REDENEN VOOR EEN LAPAROSCOPISCHE OPERATIE
Uw gynaecoloog adviseert over het algemeen een laparoscopische operatie alleen
bij het vermoeden van een goedaardige aandoening. Bij kwaadaardige aandoeningen
wordt deze operatie- techniek zelden gebruikt; deze worden hier niet besproken.
Hieronder komen een aantal redenen voor een laparoscopische operatie ter sprake.
Zeker niet bij elke besproken afwijking zal of kan een laparoscopische operatie
plaatsvinden. Soms bestaat er discussie of dit de beste oplossing is.
Een cyste van de eierstok of een vergrote eierstok
Een cyste is een met vocht gevulde holte in de eierstok. Niet alle cysten hoeven
geopereerd te worden. Rond elke eisprong is er in de eierstok een kleine holte
met vocht en daarin een eicel. Dit noemt men een follikel. Zo'n follikel
groeit soms door. We spreken dan van een persisterende (aanwezig blijvende) follikel.
Deze verdwijnt meestal uit zichzelf. Soms adviseert de gynaecoloog een hormoonbehandeling.
Een andere naam voor zo'n uit zichzelf verdwijnende cyste is een functionele
cyste. Als een cyste niet verdwijnt, wordt vaak een operatie geadviseerd. Er
kan sprake zijn van een cystadenoom: een goedaardige afwijking waarbij zich slijm
of ander vocht in de eierstok ophoopt. Een ander voorbeeld is een endometriose-cyste.
Deze afwijking komt later ter sprake. Een eierstok kan ook in zijn geheel vergroot
zijn. Vaak is er dan sprake van een dermoïd, ook wel een wondergezwel genoemd.
Allerlei soorten weefsel zijn hierin aanwezig, zoals haren, botten en talg.
Soms wordt de cyste of vergrote eierstok ontdekt omdat u klachten hebt; in andere
gevallen is het een toevalsbevinding. Om uw klachten te verhelpen of om toekomstige
klachten te voorkomen, adviseert de gynaecoloog een operatie. Deze bespreekt
voor de ingreep met u of de hele eierstok verwijderd wordt of alleen de cyste.
Dan blijft een deel van de eierstok behouden. Soms is het pas tijdens de operatie
mogelijk om te beoordelen of alleen de cyste verwijderd kan worden of dat het
noodzakelijk is de hele eierstok weg te nemen. Met één eierstok
is een zwangerschap mogelijk en komt u niet voortijdig in de overgang. Pas bij
het verwijderen van beide eierstokken is een zwangerschap onmogelijk. Ook komt
u dan, voor zover u dat niet was, in de overgang.
Het verwijderen van normale eierstokken
Bij sommige vormen van borstkanker adviseert de arts om gezonde eierstokken te
verwijderen, bijvoorbeeld als de kanker gevoelig is voor vrouwelijke hormonen
die de eierstokken maken. Ook bij vrouwen met verscheidene nabije familieleden
met eierstokkanker, en bij wie een genetische mutatie is vastgesteld, speelt
soms de overweging gezonde eierstokken te verwijderen om kanker te voorkomen.
ENDOMETRIOSE
Bij endometriose bevindt het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt,
zich ook buiten de baarmoeder: in de buikholte of in de eierstokken. De menstruaties
zijn vaak pijnlijk omdat ook deze plekjes bloeden. In de eierstok kan zich bloed
ophopen. Dit lijkt op chocolade en men spreekt dan van chocolade-cysten. Endometriose
kan ook verklevingen veroorzaken.
Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden voor endometriose, zoals hormonen
of een operatie. Uw gynaecoloog bespreekt met u welke behandeling voor u het
meest geschikt is. Ook kunt u lezen in de folder Endometriose.
Bij een laparoscopische operatie kan een chocolade-cyste geopend of verwijderd
worden. Ook is het mogelijk haardjes van endometriose door middel van laserstralen
of verhitting weg te branden. Bij ernstige verklevingen als gevolg van endometriose
is een laparoscopische operatie vaak erg moeilijk of zelfs onmogelijk.
HYDROSALPINX
Door een vroeger doorgemaakte ontsteking kan een eileider zijn afgesloten. Wanneer
zich daarin vocht verzamelt, spreken we van een hydrosalpinx (hydro = vocht,
salpinx = eileider). Meestal zijn er geen klachten, een enkele keer pijnklachten.
Vaak is er sprake van verminderde vruchtbaarheid.
Afhankelijk van klachten en kinderwens bespreekt de gynaecoloog of een behandeling
nodig is, en zo ja welke. Bij het ontbreken van klachten en kinderwens, is behandeling
zelden noodzakelijk. Bij kinderwens beoordeelt de gynaecoloog eerst hoe de andere
eileider er uitziet, en of het verstandig is de hydrosalpinx te verwijderen of
te openen. Soms is voor het openen van een hydrosalpinx een grotere operatie
noodzakelijk.
BUITENBAARMOEDERLIJKE ZWANGERSCHAP
Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap noemt men ook wel een extra-uteriene graviditeit,
vaak afgekort als EUG (extra = buiten, uterus = baarmoeder, graviditeit = zwangerschap).
De zwangerschap bevindt zich buiten de baarmoeder, meestal in de eileider. Kleine
buitenbaarmoederlijke zwangerschappen sterven soms uit zichzelf af. Het lichaam
ruimt ze dan op. Soms is een medicijn (methotrexaat) nodig om dit proces te bespoedigen.
Bij grotere buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of bij een bloeding door het
barsten van de eileider is nogal eens een buikoperatie (laparotomie) noodzakelijk.
De gynaecoloog kan besluiten de hele eileider met de buitenbaarmoederlijke zwangerschap
te verwijderen. Soms is het mogelijk de zwangerschap voorzichtig uit de eileider
te 'pellen'. Een andere mogelijkheid is het inspuiten van medicijnen
of suikerwater in de buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Men verwacht dat deze
daarna uit zichzelf afsterft.
Voor de operatie bespreekt de gynaecoloog de voor- en nadelen van deze methoden.
Soms is pas tijdens de operatie duidelijk wat de beste behandeling voor u is.
Toekomstige kinderwens, de mate van schade aan de eileider en de toestand van
de andere eileider spelen een rol bij de keuze van de meest zinvolle behandeling.
MYOMEN
Myomen (vleesbomen) zijn goedaardige verdikkingen in de wand van de baarmoeder.
Meestal geven ze geen klachten, maar soms is er overmatig bloedverlies, buikpijn
of verminderde vruchtbaarheid. Behandeling is alleen nodig in het geval van klachten.
Hormonen bieden soms een oplossing, in andere gevallen adviseert de gynaecoloog
een operatie. Het is afhankelijk van het aantal, de grootte en de plaats van
de vleesbomen of een laparoscopische operatie mogelijk is. Uw gynaecoloog bespreekt
dat met u. Ook kunt u lezen in de brochure Myomen.
VERKLEVINGEN
Verklevingen (adhesies) kunnen ontstaan door ontstekingen, vroegere operaties
of endometriose. Meestal geven ze geen klachten en is een operatie niet nodig.
Pijnklachten worden maar zelden door verklevingen veroorzaakt. Soms spelen verklevingen
een rol bij verminderde vruchtbaarheid. In zeer zeldzame gevallen kunnen verklevingen
een darm gedeeltelijk of geheel afsluiten. Dan is een operatie wel noodzakelijk;
hiervoor is bijna altijd een grotere snede nodig.
ONGEWILD URINEVERLIES
Incontinentie is de medische term voor ongewild urineverlies. Als dit optreedt
bij hoesten, niezen of houdingsveranderingen, spreekt men van stress-incontinentie.
Een niet goed functionerend afsluitingsmechanisme van de blaas veroorzaakt deze
klacht. Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden waarvan de laparoscopische
operatie er een is. Daarbij wordt de overgang van de blaas naar de plasbuis (urethra)
steviger bevestigd achter het schaambeen om zo de blaas beter af te sluiten.
Meer informatie vindt u in de brochure Bekkenbodemproblemen
bij vrouwen en in de daarbij horende folder Bekkenbodem- en incontinentie-operaties.
VERWIJDERING VAN DE BAARMOEDER
Voor uitgebreide informatie over het verwijderen van de baarmoeder (uterusextirpatie)
verwijzen wij naar de brochure Het verwijderen van
de baarmoeder bij goedaardige aandoeningen. Er zijn diverse technieken bij
laparoscopische operaties. Nadat de baarmoeder in de buik is losgemaakt van de
omringende structuren, kan zij in kleine stukjes weggehaald worden via de insteekopeningen,
of in zijn geheel via een snede bovenin de vagina.
Daarbij ontstaat een litteken in de top van de schede. Afhankelijk van de operatietechniek
kan de baarmoedermond al dan niet behouden blijven. Uw gynaecoloog kan nadere
informatie geven.
RISICO'S EN COMPLICATIES
Wij bespreken hier een aantal mogelijke gevolgen en complicaties van laparoscopische
operaties. Bedenk bij het lezen dat het om mogelijke gevolgen gaat: de meeste
operaties verlopen zonder complicaties. De meeste complicaties kunnen ook optreden
bij een niet-laparoscopische operatie.
- De meest voorkomende complicatie bij een laparoscopische operatie is dat
er toch een 'gewone' buikoperatie (laparotomie) moet plaatsvinden via
een grotere snede. In wezen is dit geen echte complicatie, omdat het soms gewoon
te moeilijk is om zorgvuldig te opereren met behulp van de laparoscopische methode.
Dit komt vooral voor bij ernstige verklevingen door endometriose of een eerdere
buikoperatie. Ook andere technische problemen zijn mogelijk, zoals het niet goed
zichtbaar zijn van afwijkingen. Houdt u er dus altijd rekening mee dat u met
een grotere snede dan gepland wakker kunt worden. De opname in het ziekenhuis
en het herstel duren dan langer.
- Bij het opereren zelf kunnen complicaties optreden. In zeer zeldzame gevallen
worden de urinewegen of darmen beschadigd. De gevolgen zijn soms pas zichtbaar
als u al uit het ziekenhuis ontslagen bent. Bij ernstige buikpijn, koorts of
pijn in de nierstreek (aan de zijkant van de rug) is het dan ook verstandig direct
met de dienstdoende gynaecoloog contact op te nemen. Deze beschadigingen zijn
meestal goed te behandelen, maar ze vragen extra zorg en het herstel duurt langer.
- Elke narcose brengt risico's met zich mee. Als u verder gezond bent,
zijn deze risico's zeer klein.
- Bij de operatie brengt men meestal een katheter in de blaas. Daardoor kan
een blaasontsteking ontstaan. Zo'n ontsteking is lastig en pijnlijk, maar
goed te behandelen.
- Er kan in de buikwand of in de vagina een nabloeding optreden. Meestal verwerkt
het lichaam zelf een bloeduitstorting, maar dit vergt een langere periode van
herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig, vaak
via een grote snede.
- Bij iedere operatie is er een klein risico op het ontstaan van een infectie
of trombose.
- Een littekenbreuk is een complicatie op langere termijn. Darmen en buikvlies
puilen dan door de buikwand onder de huid naar buiten. Deze complicatie kan bij
alle buikoperaties voorkomen, dus ook bij laparoscopische ingrepen.
- Sommige vrouwen hebben na de operatie klachten als: duizeligheid, slapeloosheid,
moeheid, concentratiestoornissen, buik- en/of rugpijn. Deze zijn niet ernstig
te noemen, maar kunnen vervelend zijn. Als het verloop van het herstel na de
operatie anders is of langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met uw
huisarts of gynaecoloog te bespreken.
DE BESLISSING
Het is belangrijk dat u zelf achter de beslissing tot operatie staat. Bij laparoscopische
operaties hebt u ruim de tijd om na te denken. Het gaat immers om goedaardige
afwijkingen. De enige uitzondering is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Daarbij is nogal eens spoed geboden, vooral als zich bloed in de buik bevindt.
Voordat u de definitieve beslissing neemt tot een operatie, is het verstandig
na te gaan of de volgende vragen beantwoord zijn:
- Wat is de reden voor de operatie?
- Als u geen klachten hebt: is behandeling echt noodzakelijk?
- Als u wel klachten hebt: hoe groot is de kans dat deze zullen verminderen
of verdwijnen na de operatie?
- Zijn er andere behandelingsmogelijkheden, bijvoorbeeld met medicijnen? Welk
resultaat is daarvan te verwachten?
- Wat wordt er verwijderd en wat zijn de gevolgen daarvan?
- Waar komen de littekens op de buik en komt er een litteken in de vagina?
- Bent u op de hoogte van mogelijke risico's en complicaties?
- Hebt u voldoende informatie en tijd gehad om een weloverwogen beslissing
te nemen?
ALS U BESLOTEN HEBT TOT EEN OPERATIE
-- Voorbereidingen
De voorbereidingen voor een operatie en de gang van zaken verschillen per ziekenhuis.
Hieronder volgt een globale beschrijving wat u kunt verwachten.
De gynaecoloog bespreekt met u hoe lang de verwachte ziekenhuisopname is en wanneer
u wordt opgenomen. Dit kan de dag van de operatie zijn of de dag ervóór.
Meestal vindt er poliklinisch vóóronderzoek plaats: bloedonderzoek,
soms een longfoto, een hartfilmpje (ECG) en een algemeen lichamelijk onderzoek.
Soms hebt u op de polikliniek een gesprek met de anesthesioloog (de arts die
de narcose geeft). Dit gesprek en het vooronderzoek vinden soms ook op de afdeling
plaats, als u een dag voor de operatie wordt opgenomen.
Voordat u wordt opgenomen, is het aan te raden een en ander te regelen voor de
periode na het ontslag uit het ziekenhuis. Ook al hebt u geen grote buikwond,
u kunt nog wel pijn hebben en zich slap voelen. Afhankelijk van de zwaarte van
de operatie en de situatie thuis hebt u na thuiskomst soms enige hulp nodig.
Bespreek dit van tevoren met uw gynaecoloog of huisarts. Als u buitenshuis werkt
moet u over het algemeen rekenen op enkele weken afwezigheid. De zwaarte van
de operatie en de snelheid van uw herstel spelen hierbij een rol.
-- De operatiedag zelf
Als u de dag van de operatie wordt opgenomen moet u 'nuchter' komen.
Dat betekent dat u vanaf middernacht niet mag eten, drinken of roken.
Een verpleegkundige ontvangt u op de afdeling. Soms scheert men het bovenste
deel van het schaamhaar weg en krijgt u een prik om trombose te voorkomen. U
krijgt operatiekleding aan. Vlak voor de operatie krijgt u soms nog een medicijn
waar u slaperig van wordt. Een droge mond is een bijwerking daarvan. U wordt
in bed naar de operatie-afdeling gebracht. Via een naald in uw hand of arm dient
de anesthesist de narcose (verdoving) toe. U valt in slaap en merkt niets meer
tot u na de operatie wakker wordt in de uitslaapkamer. De duur van de operatie
varieert van een half uur tot soms een aantal uren, afhankelijk van de bevindingen
en de soort operatie.
NA DE OPERATIE
-- In het ziekenhuis.
Na de operatie gaat u terug naar de afdeling als u goed wakker bent. Soms hebt
u keelpijn als gevolg van een buisje dat onder narcose werd ingebracht om u te
beademen. Via een infuus krijgt u vocht. Vaak bent u misselijk en soms moet u
overgeven.
Het infuus blijft over aanwezig tot de misselijkheid verdwenen is en u zelf voldoende
drinkt. Soms is tijdens de operatie een katheter in de blaas gebracht waardoor
de urine wegstroomt. Afhankelijk van de soort en zwaarte van de operatie verwijdert
de verpleegkundige het infuus en de katheter dezelfde of de volgende dag. Bij
een operatie in verband met ongewild urineverlies blijft de katheter soms langer
aanwezig. Voor pijn na de operatie krijgt u pijnstillers toegediend. Soms hebt
u behalve buikpijn ook schouderpijn. Het tijdens de operatie gebruikte koolzuurgas
om meer ruimte in de buik te maken, veroorzaakt deze pijn.
-- Herstel thuis.
Afhankelijk van de zwaarte van de operatie en uw conditie blijft u een of enkele
dagen in het ziekenhuis.
Over het algemeen moet u voor herstel zeker op twee tot drie weken rekenen. Bij
een grotere operatie als een baarmoederverwijdering is dit soms langer, bij een
kleine en vlotte ingreep verloopt het herstel soms sneller. De eerste dagen kunt
u over het algemeen wel voor u zelf zorgen, maar niet voor een gezin. Vaak bent
u sneller moe en kunt u minder aan dan u dacht. In dat geval is het verstandig
toe te geven aan de moeheid en extra te rusten. Te hard van stapel lopen heeft
vaak een averechts effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet aankunt. Daarnaar
luisteren is belangrijk. Als u zich voelt opknappen kunt u geleidelijk uw activiteiten
uitbreiden.
Een vlotter herstel bij een laparoscopische operatie in vergelijking met een
'gewone' operatie is een van de voordelen van deze ingreep. Voor sommige
vrouwen is het ook een nadeel. Voor de omgeving kan het lijken, alsof u met deze
kleine sneetjes en het snelle ontslag uit het ziekenhuis eigenlijk nauwelijks
ziek bent, zodat u minder hulp en steun thuis krijgt dan na een
'gewone' operatie met een grotere snede. Het is verstandig de signalen
van uw lichaam ook na een laparoscopische operatie serieus te nemen.
-- Bloedverlies.
Na sommige operaties hebt u bloedverlies uit de vagina. Dit kan variëren
van een paar dagen tot een paar weken.
-- Hechtingen.
In sommige ziekenhuizen gebruikt men voor de littekentjes hechtingen die uit
zichzelf oplossen. Dit duurt ongeveer zes weken. Soms gebruikt men materiaal
dat binnen een week oplost. In andere ziekenhuizen worden hechtingen gebruikt
die na ongeveer een week moeten worden verwijderd. Dit gebeurt op de polikliniek
of door de huisarts. Zolang er nog wondvocht uit de wondjes komt, is het verstandig
een pleister of een gaasje aan te brengen. Als de wondjes droog zijn, is dit
niet meer nodig.
-- Douchen en baden.
U mag gerust douchen. Bespreek met uw gynaecoloog of het nemen van een bad toegestaan
is. Bij een litteken in de schede zijn de meningen hierover verdeeld. Als u alleen
buiklittekentjes hebt, is er geen bezwaar tegen baden of zwemmen.
-- Seksualiteit
Na sommige operaties is er een litteken in de vagina. Dit kan zijn bij een operatie
waarbij weefsel via een opening achter de baarmoedermond is verwijderd, of waarbij
de hele baarmoeder is weggenomen. Het is in deze situaties voor de genezing beter
als er niets in de schede komt. U krijgt dan meestal het advies om de eerste
zes weken na de operatie geen gemeenschap (samenleving) te hebben en geen tampons
te gebruiken. Er is niets op tegen om al eerder seksueel opgewonden te raken
of te masturberen.
Als er geen litteken in de vagina aanwezig is, mag u eerder gemeenschap hebben.
De buik is vaak de eerste tijd nog gevoelig. Wacht er dan liever nog een poosje
mee.
-- Nacontrole.
Na iedere operatie krijgt u een afspraak voor nacontrole op de polikliniek. Indien
er weefsel is verwijderd tijdens de operatie, krijgt u de uitslag van het weefselonderzoek.
De gynaecoloog bespreekt met u of nog verdere controle of behandeling noodzakelijk
is. Ook krijgt u adviezen over werkhervatting, en natuurlijk kunt u zelf ook
vragen stellen.
IN GEVAL VAN PROBLEMEN
Neem contact op met het ziekenhuis of uw huisarts bij hevige buikpijn, koorts
of hevig bloedverlies (meer dan een normale menstruatie).
VERDER LEZEN
Bij het patiëntenservicebureau van het ziekenhuis of op de polikliniek gynaecologie,
kunt u vragen naar folders en brochures van de NVOG. U kunt ze ook downloaden
van de website: www.nvog.nl, rubriek voorlichting.
Op deze site:
Bekkenbodemproblemen bij vrouwen
Bekkenbodem- en incontinentie-operaties
Endometriose
Het verwijderen van de baarmoeder bij goedaardige
aandoeningen
Hevig bloedverlies bij de menstruatie
Myomen
ADRESSEN
Patientenvereniging Gynaecologie nederland
website: www.pgn-gynaecologie.nl.
WOORDENLIJST
Adhesies : verklevingen, meestal geven zij geen klachten
Anesthesioloog/anesthesist : arts die gespecialiseerd is in
de anesthesie (verdoving/narcose)
Corpus uteri : bovenste deel van de baarmoeder dat in de buik
gelegen is
Cyste : (hier) een holte in de eierstok gevuld met vocht
Cystadenoom : een cyste van de eierstok, waarin zich helder
of slijmerig vocht heeft opgehoopt, meestal goedaardig
Dermoïd : medische term voor 'wondergezwel': een
vergrote eierstok waarin zich allerlei soorten weefsel bevindt, zoals talg, haren
en soms botweefsel; deze gezwellen zijn bijna altijd goedaardig
ECG : elektrocardiogram (hartfilmpje)
Endometriose : baarmoederslijmvlies dat voorkomt op een andere
plaats dan in de baarmoeder
EUG : afkorting voor extra-uteriene graviditeit of buitenbaarmoederlijke
zwangerschap; de zwangerschap bevindt zich niet in de baarmoeder, maar is vaak
ingenesteld in de eileider en niet levensvatbaar
Follikel : een kleine holte in de eierstok waarin zich een eitje
bevindt
Functionele cyste : een grote cyste in de eierstok die na enige
tijd uit zichzelf verdwijnt; soms is een hormoonbehandeling noodzakelijk
Hydrosalpinx : afgesloten eileider waarin zich vocht heeft opgehoopt
Katheter : (in deze brochure wordt bedoeld) een slangetje in
de blaas om urine te laten weglopen
Laparoscopie : operatie via een kijkbuis
Laparotomie : operatie via een grotere snede in de buikwand
Menstruatie : maandelijkse bloeding
Methotrexaat : medicijn dat per injectie of als tablet wordt
toegediend om de buitenbaarmoederlijke zwangerschap te laten afsterven; het remt
de celdeling
Myoom : goedaardige spierknobbel in de baarmoederwand
Ovarium : eierstok
Overgang : de periode rond de laatste menstruatie (gewoonlijk
rond het 52e levensjaar)
Portio : onderste deel van de baarmoeder dat in de schede uitmondt
Trombose : vorming van stolsel in een bloedvat
Tuba : eileider
Salpinx : eileider
Ureterus : 'plasbuis': deze voert de urine van de blaas
af
Uterus : baarmoeder
Uterusextirpatie : verwijdering van de baarmoeder
Vleesboom : myoom
|
| Print | Index | Sluit dit venster |
* NVOG rubriek voorlichting
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie